Doorgaan naar hoofdcontent

Christopher Johnson. Microstyle. The art of writing little. New York: Norton, 2010

Lange tijd was taal vooral een kwestie van 'goed' en 'fout', zegt Christopher Johnson. Mensen dachten na over taal wanneer ze gingen schrijven, en ze schreven alleen in situaties waarin ze werden beoordeeld: op school, bij sollicitatiebrieven. Correctheid werd daardoor automatisch de belangrijkste eis die aan taal werd gesteld.

Langzaam maar zeker verandert dit volgens Johnson. Mensen schrijven zoveel, op internet, op hun mobiele telefoon, op Twitter, enzovoort, dat correctheid er steeds minder toe doet, en gaandeweg vervangen wordt door een ander criterium: effectiviteit. En omdat het overal om ons heen zo krioelt van allerlei teksten, omdat we gaandeweg steeds meer leven in een aandachtseconomie waaraan er zo'n aanbod is aan taal dat er een gebrek is aan menselijke aandacht, betekent effectiviteit vooral: in kort bestek de aandacht trekken en vasthouden. Dat gebeurt in merknamen, in tweets, in sms-berichten, in krantenkoppen en reclameslogans: een goede moderne stijl is daarom een microstijl.

Dat correctheid en effectiviteit soms tegengestelde eisen stellen, blijkt alleen al uit allerlei moderne merknamen: Google en Flickr zijn 'incorrect' (het moet 'eigenlijk' googol en flicker zijn) en daardoor zijn ze zo effectief. Johnson, die zelf voor een Amerikaans merknamenbureau werkt (dat onder andere BlackBerry bedacht) legt die verandering uit en geeft een heleboel praktische tips over hoe je in heel kort bestek een boodschap kwijt kunt: niet alleen als bedrijf, maar ook als burger op de digitale media. Hoe maak je zo effectief mogelijk gebruik van dubbelzinnigheid, van klankeffecten of van zinsbouw om ieder lettertje betekenis te geven en het geheel tegelijkertijd in één oogopslag duidelijk te laten zijn: als romans woordenschilderijen zijn en wetenschappelijke artikelen technische tekeningen, dan zijn microberichten zoals infographics.

Tussen neus en lippen door wordt de lezer ook nog het een en ander aan taalwetenschap bijgebracht, want Johnson is in dat vak in Berkeley gepromoveerd. De meeste dingen legt hij wel aardig uit, maar het is een beetje storend dat hij af en toe uitlegt waarom de ene taalkundige school (die van Berkeley) het wel bij het rechte eind heeft, en een andere (die van ergens anders) niet. Daar heeft de lezer niet zo'n boodschap aan lijkt mij en zulke overbodigheden snijdt de ware microstilist dan ook liever weg.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…