Doorgaan naar hoofdcontent

Frank Koenegracht. Lekker dood in eigen land. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011

De poëzie is misschien wel iets dat een mens er het best bij kan doen: overdag een ernstige en veeleisende baan als ambtenaar of als concertpianist en dan in de trein of het vliegtuig naar huis lekker gedichten schrijven. Romans vereisen een langere adem die niet op te brengen is als bijverdienste, maar een gedicht kun je opschrijven en er later tijdens eventueel eindeloos veel sessies steeds een beetje bijvijlen. Het beste dichten is zondagsdichten.

Voor lezers zou dat eigenlijk ook moeten gelden: als je iedere dag alleen maar in de trein twintig minuten leest, breek je noodgedwongen een roman wel in heel veel stukjes. In dat opzicht is het vreemd dat je in de trein nooit iemand met een dichtbundel ziet zitten.

Frank Koenegracht is een Leidse psychiater die daarnaast gedichten schrijft. Dat levert heel prettige gedichten op, gedichten die een beetje speels zijn en een beetje wrang zonder dat je nu meteen begint te schuddebuiken van het lachen of juist niet meer weet waar je het zoeken moet van verdriet. Een mooi gedicht vind ik bijvoorbeeld het 'epigram' dat de opdracht kreeg 'voor Rudy', in wie we wel Koenegrachts goed vriend Rudy Kousbroek zullen moeten herkennen:

Als je dood bent op een dag
blijven de lampen rustig in hun fittingen
en ook de wc kan je gewoon doortrekken.
Wel voorzichtig want
het vlottertje werkte al niet goed.
Alles doet het nog: bijvoorbeeld
de overdrijvende wolkenvelden
en de matige tot krachtige tijdelijk harde
tot zeer harde wind uit uiteenlopende richtingen.

Dit is zondagsdichten op zijn best: met goedgekozen woorden ('vlottertje', wanneer hoor je dat woord nou, op Google heeft het minder dan 10.000 treffers) krijg je een intiem inkijkje in een vriendschap (men gaat zo vaak bij elkaar naar de wc dat men de eigenaardigheden van elkaars apparatuur kent) die kennelijk ook al lang duurde.

Bovendien doet het gedicht mij in ieder geval aan Elsschot denken, en ik denk dat dit de bedoeling is. De uitgesproken verbazing dat alles maar blijft doorgaan na de dood van een geliefd iemand is het mooist verwoord in Elsschots:

De aarde is niet uit haar baan gedreven
toen uw hartje stil bleef staan,
de sterren zijn niet uitgegaan
en 't huis is overeind gebleven.

Koenegracht en Kousbroek kenden dat gedicht natuurlijk ook; ze hebben het er misschien weleens over gehad. Dit gedicht is daardoor een weemoedig saluut aan een dode met wie je het zo vaak over de dood gehad hebt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…