15.1.12

Frank Koenegracht. Lekker dood in eigen land. Amsterdam: De Bezige Bij, 2011

De poëzie is misschien wel iets dat een mens er het best bij kan doen: overdag een ernstige en veeleisende baan als ambtenaar of als concertpianist en dan in de trein of het vliegtuig naar huis lekker gedichten schrijven. Romans vereisen een langere adem die niet op te brengen is als bijverdienste, maar een gedicht kun je opschrijven en er later tijdens eventueel eindeloos veel sessies steeds een beetje bijvijlen. Het beste dichten is zondagsdichten.

Voor lezers zou dat eigenlijk ook moeten gelden: als je iedere dag alleen maar in de trein twintig minuten leest, breek je noodgedwongen een roman wel in heel veel stukjes. In dat opzicht is het vreemd dat je in de trein nooit iemand met een dichtbundel ziet zitten.

Frank Koenegracht is een Leidse psychiater die daarnaast gedichten schrijft. Dat levert heel prettige gedichten op, gedichten die een beetje speels zijn en een beetje wrang zonder dat je nu meteen begint te schuddebuiken van het lachen of juist niet meer weet waar je het zoeken moet van verdriet. Een mooi gedicht vind ik bijvoorbeeld het 'epigram' dat de opdracht kreeg 'voor Rudy', in wie we wel Koenegrachts goed vriend Rudy Kousbroek zullen moeten herkennen:

Als je dood bent op een dag
blijven de lampen rustig in hun fittingen
en ook de wc kan je gewoon doortrekken.
Wel voorzichtig want
het vlottertje werkte al niet goed.
Alles doet het nog: bijvoorbeeld
de overdrijvende wolkenvelden
en de matige tot krachtige tijdelijk harde
tot zeer harde wind uit uiteenlopende richtingen.

Dit is zondagsdichten op zijn best: met goedgekozen woorden ('vlottertje', wanneer hoor je dat woord nou, op Google heeft het minder dan 10.000 treffers) krijg je een intiem inkijkje in een vriendschap (men gaat zo vaak bij elkaar naar de wc dat men de eigenaardigheden van elkaars apparatuur kent) die kennelijk ook al lang duurde.

Bovendien doet het gedicht mij in ieder geval aan Elsschot denken, en ik denk dat dit de bedoeling is. De uitgesproken verbazing dat alles maar blijft doorgaan na de dood van een geliefd iemand is het mooist verwoord in Elsschots:

De aarde is niet uit haar baan gedreven
toen uw hartje stil bleef staan,
de sterren zijn niet uitgegaan
en 't huis is overeind gebleven.

Koenegracht en Kousbroek kenden dat gedicht natuurlijk ook; ze hebben het er misschien weleens over gehad. Dit gedicht is daardoor een weemoedig saluut aan een dode met wie je het zo vaak over de dood gehad hebt.

Geen opmerkingen: