Doorgaan naar hoofdcontent

Jeanine Daems en Ionica Smeets. Ik was altijd heel slecht in wiskunde. Amsterdam: Nieuwezijds, 2011.

Nu ik Ik was altijd heel slecht in wiskunde van Jeanine Daems en Ionica Smeets gelezen heb, denk ik dat ik een wiskundemeisje ben, geboren in een verkeerd lichaam — dat van een ouwe taalman. Wat een jaloersmakend lekker blader- en snuffel- en piekerboek hebben Daems en Smeets, die al meer dan vijf jaar actief zijn met het populariseren van de taalwetenschap, samengesteld! Het is heerlijk om te lezen, wat moet het leuk zijn geweest om het te maken.

In sommige opzichten is dit meer een tijdschrift of een website dan een boek: de organisatie is nogal losjes. Er zijn hoofdstukken die om bepaalde thema's gecentreerd zijn, zoals 'getallen' en 'vriendschap', maar ieder hoofdstuk bestaat uit allerlei korte stukjes: columns, miniatuurlevensbeschrijvingen van wiskundigen die op een bizarre manier om het leven gekomen zijn, puzzeltjes en raadsels, tips om een sinaasappel op een heel ingewikkelde manier te schillen en nog veel meer.

Het voornaamste effect dat een en ander heeft op de lezer is: doordat het boek zo bruist geeft het nieuwe energie. Het is niet zo dat je er veel concrete dingen van leert, al pik je her en der wel wat feitjes op en wat weetjes die allicht nog eens te pas komen bij een wak in de conversatie. Maar eerder dan die inhoud leer je iets over een geesteshouding: die van enthousiasme, je niet laten weerhouden door wat moeilijkheden om beter door te dringen in ingewikkelde materie die uiteindelijk heel mooi kan zijn.

Ik heb ook heus wel wat te klagen, maar dat gaat over details. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat de wiskundemeisjes zich hebben laten leiden door twee ijzeren, maar volgens mij onnodige, regels in de populaire wiskunde: (i) zo weinig mogelijk formules gebruiken en als je dat toch doet, je daar dan uitgebreid voor verontschuldigen, en (ii) zinspelen op het feit dat wiskundigen de reputatie hebben van een nerd. Wat betreft het eerste: het zijn heus niet de formules die ons lezers afschrikken, het is de onduidelijke uitleg die daar vaak van gegeven wordt (en daar is in dit boek geen sprake van).

En wat betreft het tweede: ik geloof helemaal niet dat de gemiddelde lezer van een boek als dit nu echt denkt dat alle wiskundigen per definitie nerds zijn. Ikzelf heb dat beeld in ieder geval helemaal niet: voor mij kan een wiskundige net zo goed een leuke, vrolijke, enthousiaste, slimme vrouw zijn. Zo iemand als ik dus.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…