Doorgaan naar hoofdcontent

Karl-Heinz Göttert. Alles außer Hochdeutsch. Ein Streifzug durch unsere Dialekte. Berlin: Ullstein, 2011.

In de afgelopen twee eeuwen hebben de dialecten in Europa steeds meer terrein verloren aan de standaardtalen. Sommige mensen denken dat die ontwikkeling nu langzaam maar zeker gekeerd wordt — de standaardtalen verliezen terrein omdat mensen om allerlei redenen steeds minder belang hechten aan de 'correctheid' die voor standaardtalen zo bekangrijk is. Desondanks zie je die dialecten nog niet echt enorm opleven.

Iets wat verdwijnt, trekt juist de aandacht en daarom verschijnen er overal boeken over dialecten. (Ik ben zelf betrokken bij de vorig jaar verschenen Dialectatlas van het Nederlands, en ik ben nu weer met een ander boek bezig.) In Duitsland ligt momenteel Alles außer Hochdeutsch in stationskiosken bij de kassa — een boek dat geschreven is door de emeritus hoogleraar Karl-Heinz Göttert uit Keulen.

Alles außer Hochdeutsch is voor een publieksboek over dit onderwerp opvallend dik en opvallend ernstig geschreven. Het biedt in de eerste plaats een overzicht van alle grote Duitse dialectgebieden, de belangrijkste kenmerken van de dialecten daar, iets over de geschiedenis en iets over de huidige stand van zaken. Het cliché ligt dan voor de hand dat zoiets alleen in Duitsland kan, maar in Nederland heeft Nicoline van der Sijs ook succes gehad met dikke, serieuze boeken over taal.

Je kunt dan ook veel leren uit Alles außer Hochdeutsch, en de toon is ondanks die ernst toch prettig. Voor de kenner staan er af en toe wel foutjes in (Göttert is wel taalkundige, maar niet echt een dialectoloog) en om kenner te zijn hoef je in dit geval alleen maar Nederlands te spreken. De verhouding tussen het plat-Duits en het Nederlands wordt niet of nauwelijks uitgelegd, Göttert schrijft er soms over alsof het volkomen vanzelf spreekt dat het twee verschillende talen zijn, terwijl het op andere punten weer duidelijk wordt gemaakt dat de talen 'vloeiend' in elkaar overlopen. Bovendien schrijft hij wonderlijke dingen als:

So heißen die 'Bauchschmerzen' in Ostfriesland Liefkählt (wie Liefsehr in den Niederlanden), die 'Kopfschmerzen' Kopkählt (wie Kopsehr in den Niederlanden).

Ik kan zelfs niet bedenken waar de schrijver die woorden vandaan gehaald heeft (ze komen misschien in oostelijke dialecten wel voor, maar zullen zelfs dan niet zo geschreven worden).

Affijn, zie zelf maar eens een zo duidelijk overzicht over een zo ingewikkeld onderwerp te maken zonder een paar foutjes!

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …