Doorgaan naar hoofdcontent

Niccolò Ammaniti. Io e te. Einaudi, 2010.

Wat zijn de problemen van onze tijd? Als je antwoord wilt op die vraag, kun je bijvoorbeeld naar de tv kijken. Je krijgt dan de indruk dat een belangrijke kwestie is welke tv-persoonlijkheid boos is  op welke andere tv-persoonlijkheid. Je kunt ook de krant lezen en denken dat het gaat om het klimaat en de eurocrisis. Of je kunt de boeken lezen van, pakweg, Niccolò Ammaniti, en inzien dat het eigenlijk gaat om de totale liefdeloosheid in de gezinnen.

Om daar meer over te zeggen, ga ik nu even een paar dingen verklappen, maar niet alles. Lorenzo, de hoofdpersoon van Io e te is een licht autistisch jongetje dat zich in de nesten heeft gewerkt doordat hij zijn moeder heeft willen laten geloven dat hij op school heel populair is en dat hij zelfs is uitgenodigd voor een skivakantie. Omdat zijn moeder zo blij is, durft hij dan niet meer toe te geven dat die uitnodiging maar verzonnen is. Hij verschuilt zich dan de hele vakantie in een kelder onder het appartementencomplex waar hij met zijn ouders woont, voor een deel van de tijd met zijn verslaafde halfzus die vol haat is tegen hub gezamelijke vader.

De liefdeloosheid spat van de pagina's af. Zo verkeert de lezer (ik in ieder geval) bladzijden lang in de veronderstelling dat de ouders van Lorenzo wel gescheiden zullen zijn, vanwege de kille en afstandelijke manier waarop ze over elkaar praten, maar gaandeweg kom je erachter dat de vader juist de moeder van halfzus Olivia verlaten heeft voor de moeder van Lorenzo. Die laatste is dan weliswaar autistisch, maar blijkt nog de enige te zijn met een soort menselijk gebaar - als het in ieder geval menselijk mag heten om je oude, door iedereen verlaten oma in het ziekenhuis een tijdje te vermaken met een verhaal over een dood en verderf zaaiend minirobotje.

Halfbroer en -zus delen dan weliswaar enkele dagen in een kelder, dagen waarvan je in ieder geval voor Lorenzo zou hopen dat ze hem gevormd hebben (de achterflap suggereert dat ook). Maar ook die hoop wordt de bodem ingeslagen: uit een appendix blijkt dat Lorenzo zijn halfzus daarna nooit meer gezien heeft tot ze toen jaar later aan een overdosis overleed.  

Io e te is een mooi boek, vooral als je van harde waarheden houdt. We leven allemaal in een kelder, die we weliswaar volgestouwd hebben met chocola en artisjokkenhartjes en computerspelletjes, maar waarvandaan we van onze medemensen niet meer dan wat voorbijtrekkende schaduwen zien. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…