Doorgaan naar hoofdcontent

Daniel Kahneman. Thinking, fast and slow. London: Allen Lane, 2011

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman is volgens Steven Pinker 'zeker de belangrijkste psycholoog van dit moment'. In Thinking, fast and slow geeft hij, als ik het goed zie, een overzicht van zijn hele onderzoekscarrière. Hij doet dat aan de hand van drie tegenstellingen.

De eerste is tussen wat hij 'Systeem 1' en 'Systeem 2' noemt, twee manieren waarop mensen denken. Systeem 1 is snel, intuïtief, onbewust, nauwelijks onder controle te brengen: het zorgt ervoor dat je in een plaatje met honderd lachende gezichten onmiddellijk het boze gezicht eruit pikt. Systeem 2 is langzamer, logischer, stapgewijs en heeft met aandacht en bewustzijn te maken: als je even snel 17x33= uitrekent, voel je hoe je in je hoofd een aantal stappen zet om tot het eindresultaat te komen.

Het tweede onderscheid is dat tussen 'Econs' en 'Humans'. Econs zijn de rationele agenten uit de klassieke economische theorie: individuen die uit zijn op winstmaximisatie en in dat streven puur rationeel handelen, je zou kunnen zeggen: volgens Systeem 2. Humans zijn mensen die af en toe behoorlijk beïnvloed worden door hun Systeem 1 en daardoor onlogische keuzes maken, soms zelfs geheel tegen hun eigen belang in.

Het derde verschil is dat tussen twee soorten zelf: het 'belevende zelf' en het 'herinnerende zelf'. Wanneer je mensen vertelt dat ze aan het eind van hun volgende vakantie een pilletje krijgen waardoor alle herinneringen aan die vakantie vervagen, en ze dan vraagt hoe dit hun vakantieplannen beïnvloedt, zeggen heel veel mensen dat ze dan waarschijnlijk niet op vakantie zouden gaan. Je gaat niet op vakantie voor de belevenis, niet voor de 'belevende zelf', maar voor de herinnering. (Mijn interpretatie: mensen doen een heleboel dingen niet zozeer omdat het op dat moment nuttig of prettig is, maar omdat het iets toevoegt aan hun levensverhaal.)

Thinking, fast en slow is een fascinerend boek van een briljante man, vol met kleine gedachte-experimentjes die de lezer bij het onderwerp houden (en die tegelijkertijd ook aan grote groepen onderzoekers zijn voorgelegd).

Ik vind het jammer dat Kahneman in de loop van zijn leven zo naar de economie is getrokken. Begrijpelijk is het wel — hij houdt van onderzoek met veel meetbare data, en economisch gedrag heeft nu eenmaal meetbare aspecten — maar het verschil tussen Econs en Humans vind ik eigenlijk het minst interessante. Terwijl ik zoveel meer zou willen weten over het verschil tussen Systeem 1 en Systeem 2. Want hoe zit dat precies? Je kunt met veel oefening sommige vaardigheden automatiseren: de schaakgrootmeester overziet in één blik een ingewikkelde positie op een schaakbord, zoals Kahneman ook zelf noemt. In dat geval is de kennis dus van Systeem 2 naar Systeem 1 verschoven, maar hoe kan dat in zijn werk gaan?

Kahneman is denk ik niet zo in zulke vragen geïnteresseerd omdat hij een modellenbouwer is. Hij wil dingen onderzoeken die hij in kwantificeerbaar onderzoek kan omzetten en hoe-en-waarom-vragen horen daar meestal niet bij. Dat is niet erg: hij heeft in zijn leven fascinerende dingen gedaan en daarbij verbazingwekkende dingen ontdekt. En daar een heerlijk boek over geschreven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …