Doorgaan naar hoofdcontent

Alban McCoy. An intelligent person's guide to catholicism. London: Continuum, 2011 (2001).

Waarom zou een mens in deze wereld katholiek willen zijn? Ik hoor zelf niet tot de heilige moederkerk, maar heb wel ooit op een katholieke school gezeten, ben op een katholieke universiteit gepromoveerd en twee weken geleden in een katholieke kerk getrouwd. Of ik gerekend moet worden tot de intelligent people op wie Alban McCoy, kapelaan van de universiteit van Cambridge zich richt, valt nog te bezien, maar in ieder geval vond ik dit een prettig gidsje. In drie hoofdstukken legt hij uit wat het katholieke geloof in grote lijnen inhoudt: veelgestelde vragen, de tien geboden en de zeven hoofdzonden.

De kern van het katholicisme wordt volgens McCoy gevormd door drie soorten relaties van de mens: tot God, tot het eigen lichaam en tot andere mensen. De nadruk ligt in deze gids op het laatste. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat behalve de eerste drie alle tien geboden gaan over relaties tot de medemens, om te beginnen met de oudste en onerbrekelijkste relatie: die met je vader en je moeder. Maar algemener gaat het christendom voor een belangrijk deel over: je naaste liefhebben als jezelf.

Maar het gaat ook over het lichaam, legt McCoy uit in een bespreking van de kerkelijke opvatting over seksualiteit. Hij wijst er ook op dat het katholicisme een van de weinige geloven is die in de eucharistie expliciet het lichamelijke viert, die de ziel niet alleen maar probeert los te snijden van het lichaam.

Over God wordt alles bij elkaar misschien nog het minst gezegd. McCoy geeft toe dat het misschien niet mogelijk is om iemand te bekeren: geloof is een gave van God, die zich niet laat afdwingen. Zo denk ik er ook over. Het katholicisme lijkt me een volkomen redelijk en coherent wereldbeeld. Ik deel het alleen niet en wil desgewenst ook best toegeven dat dit ligt aan een gebrek aan gave. (Ik verlang alleen ook niet naar die gave. Ik heb er wel respect voor, en minachting voor mensen die het christendom zomaar wegzetten als een misdadige en/of belachelijke vertoning. Maar ik heb heen behoefte me te bekeren.)

Op de grote vragen heeft McCoy — natuurlijk — geen antwoord. Wat is nu precies geloven? En wat is er nu wel of niet waar in andere wereldgodsdiensten? En vooral: hoe zit het met telt kwaad in de wereld? Aan dat laatste onderwerp wijdt hij een heel betoog, maar dat stelt nogal teleur. Zo zegt hij dat veel kwaad in een ander licht bezien juist goed is - wat slecht is voor het verscheurde reetje is goed voor de hongerige leeuw - maar er is natuurlijk ook wel veel slechtheid zonder enig nut (de storm die een jongetje in de zee smijt).

Gelovig wordt een mens er niet van, maar misschien vallen sommige ongelovigen wel van hun geloof. Het atheïsme lijkt soms steeds monotheïstischer te worden, te veronderstellen dat we wel zo ongeveer weten hoe de wereld in elkaar zit. Volgens mij weten we er bijna niets meer. We kunnen alleen maar profiteren van een veelheid van zinnige standpunten.

Reacties

Debz zei…
Ik ben katholiek opgevoed: gedoopt, Eerste Communie, Heilig Vormsel, biechten... Ik ben naar katholieke scholen geweest. Maar uiteindelijk heb ik inmiddels vier jaar geleden de stap genomen naar het protestantisme. Ik kon gewoon niet leven met het idee dat God één mens op de wereld, zijnde de Paus, zoveel macht op aarde geeft als het om het geloof gaat. Dat gaat er bij mij gewoonweg niet in.

Wat betreft het kwaad in de wereld: God heeft helaas niet overal invloed op. Sommige dingen gebeuren nu eenmaal. Ik heb er ook veel moeite mee. Waarom moeten jonge kinderen soms sterven? Wat hebben zij in vredesnaam misdaan? Waarom laat God dat toe? Zoveel vragen. Maar God laat de mens niet zomaar in de steek. Alles wat gebeurt heeft een reden, al is die vaak onbegrijpelijk.

Ik vond het interessant om jouw stukje te lezen. Het katholicisme is mijn verleden. Ik heb er definitief een punt achter gezet en voel me veel dichter bij God als protestant.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …