Doorgaan naar hoofdcontent

Amy Waldman. The submission. London: Heinemann, 2011.

Het moet bijna wel ironie zijn die Bas Heijne ertoe heeft gedreven om uitgerekend De inzending tot inzet te maken van een eerste boekenclubdiscussie op Twitter. Dat boek gaat onder andere over de complexiteit van het publieke debat, over hoe ieder individu al moeite heeft om zelf een consistente mening over ingewikkelde vraagstukken te vormen, en hoe het mis kan gaan als al die halve meningen dan botsen in het publieke domein. Een lezer zal zelf weer complex reageren op zo'n complex debat - hoe moet hij daar dan over twitteren?

De inzending (of eigenlijk las ik het Engelse origineel, The submission, een veel dubbelzinniger titel) gaat uit van de veronderstelling dat er in New York onmiddellijk na 11 september een wedstrijd zou zijn gehouden voor een gedenkplaats. Dat kunstenaars anoniem mochten deelnemen. En dat de wedstrijd gewonnen zou zijn door een moslim, met een ontwerp voor een tuin. Is het een belediging voor de nabestaanden dat uitgerekend een moslim wint of hoort iemands achtergrond er niet toe te doen? Is zo'n tuin niet zelf een symbool voor het paradijs voor de martelaars waar Mohammes Atta van droomde? Hebben de illegale moslimslachtoffers van de aanval ook recht op erkenning?

The submission laat al die meningen op elkaar botsen en geeft aan bijna alle opvattingen gelijke stemmen, al vond ik wel dat de anti-moslimstem gedragen moet worden door drie losers (een journaliste voor de Post die hoger op wil, een blogster die uit de ellende van iedere dag soaps kijken opkruipt door alles te weten over duimindex en taqiya, een man die zijn veel geliefdere broer verloor in de Twin Towers en zich nu overschreeuwt; alle drie white trash).

Ik las The submission vooral als een boek over de publieke ruimte, waarin het zelden zo stil is als in een omheinde tuin. De meeste scènes in het boek vinden plaats binnenskamers: in vergaderkamers, cafés, en in huizen. Daarbij wonen veel hoofdpersonen ook nog eens niet in hun eigen huis, maar logeren bij anderen, of, in één geval, in een huis dat eigenlijk meer behoorde aan de overleden echtgenoot. De enkele keer dat men zich naar buiten begeeft, is dat vooral om naar huizen te kijken.

Niemand is eigenlijk ooit echt alleen, in deze roman. Er zijn steeds anderen en er is nooit echt vrede. Het lijkt Twitter wel.

Reacties

elma zei…
bedankt voor deze recensie. mijn internetboekclub,
http://www.boekgrrls.nl
heeft dit boek aanbevolen voor de leeslijst. ik ga erop stemmen.
gr elma
http://lettertjes.blogspot.com/

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…