Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. De vierde man. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 (1981)

Nederlanders! Als we niet uitkijken, verdwijnt een van onze grootste twintigste-eeuwse schrijvers heel snel uit ons blikveld. Ik heb het allemaal niet uitgezocht, maar ik geloof dat hij nu al van de voormalige grote drie degene is die zijn populariteit het snelst verliest; wiens werk het moeilijkst te verkrijgen is (misschien juist omdat het jarenlang zo geëxploiteerd is, ik weet niet hoeveel versies van zijn verzameld werk er wel niet zijn); en die gaandeweg minder gelezen wordt dan Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch.

Ik denk dat het tijd wordt om een nieuwe Reve te ontdekken, andere dimensies van deze toch wel heel grote schrijver.

De vierde man is om de een of andere reden een van de weinige boeken die er van Reve te krijgen is in de elektronische boekwinkel van Apple. Ik heb het dus op de iPad gelezen en het lijkt me meteen ook heel geschikt voor zo'n nieuw Reve-beeld.

Reve schreef het boek in 1981 als boekenweekgeschenk, al is het als zodanig nooit verschenen vanwege de 'te controversiële inhoud' — teveel seks, zal dat wel betekend hebben. Toch kun je wel zien dat Reve zijn best heeft gedaan een wat breder publiek te bereiken. Zijn stijl is wat minder barok dan anders, en de seks is toch ook wat minder ruw en verwarrend dan in sommige andere boeken.

Maar wat me deze keer vooral opviel: dat er een hele thematiek wordt aangesneden, ja zelfs centraal staat, waar je in de Reve-studie (als deze al bestaat) zelden iemand over hoort. Het hele boek draait om verhalen vertellen. Alle personen vertellen elkaar voortdurend verhalen, of bedenken verhalen over elkaar, of komen erachter dat de ander een verhaal heeft. In het betrekkelijk korte bestek van deze novelle of roman worden er enorm veel verhalen verteld, en aan het eind blijkt het allemaal ook nog eens een raamvertelling te zijn — iets wat op de Wikipedia-pagina over het boek zelfs volkomen genegeerd wordt, terwijl het volgens mij cruciaal is. Gerard vertelt het verhaal aan een jongen (over wie hij meteen ook weer allerlei verhalen vertelt) en blijkt daarbij vooral geobsedeerd door de vraag of dit wel een echt verhaal kan heten. Ja hoor, zegt die jongen, er zitten immers allerlei vooruitwijzingen in.

Zo bekeken heeft Reves hele leven en werk in het teken gestaan van een zoektocht naar het juiste verhaal, een verhaal dat alles rond zou maken, waar alles in zou passen. Misschien wisten allerlei echte Revianen dat allang, maar ik geloof dat ik dat nu ineens voor mijzelf ontdekt heb.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…