Doorgaan naar hoofdcontent

Ludwig Wittgenstein. Tractatus Logico-Philosophicus. Amherst: Klement, z.j. (1922)

1. Ik heb Wittgensteins Tractatus al twintig jaar in de kast staan, in een uitgave van Athenaeum-Polak&Van Gennep; een parallelle uitgave van het Duitse origineel en de vertaling van Willem Frederik Hermans. Ik kende zoals iedere beschaafde burger natuurlijk een aantal citaten ('Die Welt ist alles was der Fall ist', 'De grenzen van de taal zijn de grenzen van mijn wereld') en ik wist dat de manier waarop politici die laatste gebruiken volkomen misplaatst is (zij denken dat je het kunt gebruiken om het leren van vreemde talen aan te prijzen omdat dit je blik verruimt, terwijl Wittgenstein het bedoelde om uit te drukken dat er voor mij niets kan bestaan wat ik niet - in taal - kan denken, maar dat dit eerder gaat om een soort logische gedachtetaal dan om Oostenrijks Duits of Frans).

2. Maar ik heb me pas nu niet laten afschrikken om het eens helemaal te lezen nu ik de tekst op mijn telefoon kon downloaden. De Tractatus is ideaal om te lezen op de telefoon omdat hij uit korte stukjes bestaat, stellingen met een hiërarchische structuur. Er zijn zeven hoofdstellingen, genummerd 1 tot en met 7, en daaronder zitten dan substellingen zoals 1.2 en 1.24.

3. Eerlijk gezegd lijkt me die structuur voor een deel bluf. De laatste substellingen bij 6 leiden eerder naar stelling 7 toe dan dat ze 6 nader toelichten of uitwerken. Er is wel meer bluf, lijkt mij. Zo wordt ijzeren logica gesuggereerd en worden er allerlei formele definities gegeven waar vervolgens eigenlijk niets mee wordt gedaan wat je zou verwachten van een logische tekst. Er wordt bijvoorbeeld voor zover ik kan zien nooit iets bewezen.

4. Nu kan er ook eigenlijk niets bewezen worden, want de tekst hoort tot meer tot de metalogica: hij gaat over omder meer de ongrijpbare relatie tussen denken en werkelijkheid. Wat zeggen we precies als een gedachte (een 'zin') waar is? Hij correspondeert dan op de een of andere manier met een stand van zaken in de werkelijkheid (de 'wereld').

5. Ik heb het weleens ergens gelezen over de Tractatus, al weet ik niet waar: het probeert iets te doen waarvan het zelf zegt dat het onmogelijk is, iets te zeggen over het onzegbare. Gehuld in het vest van de logicus schetst hij de chaos van de wereld. Door net te doen of hij alles onder controle heeft, laat hij zijn hoe weinig hij ervan begrijpt. Net zo weinig als Socrates en daardoor nog altijd meer dan ik.

Reacties

janien zei…
Wat leuk! Aan een Wittgenstein (of primair of secundair zoals hier) hou ik altijd even halt ... Dat kan niet anders, beboekt (of haast overbeboekt) als ik een huisbibliotheek weet staan met Wittgensteins (primaire en secundaire literatuur). In de beschrijving van uw Tractatus herken ik die fragmentarische tekststructuren: ik heb zo'n Wittgenstein al eens doorbladerd, ja, en zo hier en daar een brokje 'gelezen'. Moeilijk, man, moeilijk.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…