Doorgaan naar hoofdcontent

Rien van den Berg. Aslander. Barneveld: Plateau, 2012.

Dat de christelijke boekwinkel zijn eigen boekenweekgeschenk heeft, dat wist ik eerlijk gezegd niet. Ik kom, waarschijnlijk tot mijn nadeel, zelden in christelijke boekwinkels en in een boekenweek is dat kennelijk nog nooit gebeurd.

Maar gelukkig heb ik het geschenk dit jaar niet hoeven missen, omdat ik de auteur ken, Rien van den Berg, journalist en dichter en iemand met wie ik een boek over dialecten schrijf. En nu dus ook schrijver van een detectiveverhaal dat 23.000 keer over de toonbank gegaan is.

Het is altijd moeilijk om iets te schrijven over een boek van iemand die ik ken. Soms sla ik dat dan ook weleens over, zo'n beetje de enige boeken die ik hier niet bespreek zijn van kennissen. Behalve dat ik weinig christelijke boeken lees, lees ik eigenlijk ook nooit detectives. Maar gelukkig heeft Rien een onderhoudend verhaal geschreven dat hij ook nog op een overtuigende manier met zijn boodschap - zie de mens, de héle mens, zoals Jezus dat deed - heeft verknoopt.

Er is een grap, ik geloof in De ontdekking van de hemel, dat het evangelie eigenlijk een geniaal detectiveverhaal is - een waarin de lezer het gedaan heeft. Op een bepaalde manier zit dat ook in deze detective, in Aslander. Misschien moet een christelijke detective wel altijd zo zijn: je kunt een ander onmogelijk veroordelen zonder jezelf te veroordelen. 'Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen', dat is ook Jezus' boodschap in een notendop (maar wat weet ik ervan).

De jonge progressieve Leidse dominee Lammert Aslander moet er vanwege een lichte overspannenheid even tussenuit. Hij gaat naar Ameland, raakt er verzeild in een moordzaak die hij samen met wat andere toeristen oplost.

De 'boodschap' van Aslander is dat je ieder mens als mens moet kijken. Aslander bedenkt dat hij dominee wil zijn omdat hij dan degene die tegenover hem zit niet hoeft te reduceren tot alleen een verdachte of klant, enz.; en de uiteindelijke dader wordt tot zijn daden gedreven omdat hij nu juist wél gereduceerd werd tot een klantnummer in hun computer. (Het aardige is dat dit verbamd niet expliciet worden gemaakt.) Het 'team Aslander 'komt er vervolgens uit door dit soort klantgegevens te combineren met een aantal andere manieren om naar de mens te kijken. Waar ik nog over moet nadenken: dat je degene die uiteindelijk de dader is alleen van horen zeggen leert kennen. Hij wordt alleen indirect beschreven en geen enkel ander personage kent hem. Ook Aslander niet, ook de lezer niet. Het is alsof iemand die je leert kennen eigenlijk daardoor al geen dader meer kan zijn. Dat lijkt me dan het probleem van de christelijke detective.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …