Doorgaan naar hoofdcontent

John E. Joseph. Saussure. Oxford: Oxford University Press.

Wie was Ferdinand de Saussure? De vader van de twintigste-eeuwse taalwetenschap, de man die na briljant werk als student in de beste tradities van de negentiende eeuw rond zijn vijftigste een nieuwe visie op het vak zou definiëren die het tot de op dag van vandaag mede zou bepalen? Een calvinistische aristocraat uit Genève die zijn leven lang afstand hield van mensen die hij niet persoonlijk kende? Een professor Sanskriet die maar een paar studenten per jaar had en daarom werd aangevallen toen men in Genève ook een business school wilde instellen?

Saussure was hoe dan ook een intrigerende figuur. Het is jammer dat hij intellectueel gezien in zulke bedenkelijke handen is gevallen. Aan het eind van zijn 650 pagina's tellende biografie (voetnoten en literatuurverwijzingen niet meegerekend) klaagt John E. Joseph, taalkundige in Edinburgh, alvast over een toekomstige Franse biografie waarin een verband wordt gelegd tussen een fonologische theorie van Saussure en biseksualiteit. Maar zelf brengt hij het er niet veel beter vanaf.

Zijn biografie is in de eerste plaats volkomen vormeloos. Aan het begin en het einde staan pathetische uithalen die eerder uit een slechte negentiende-eeuwse biografie van Beethoven of een ander 'genie' lijken te stammen. Zo begint het boek met een beschrijving van de manier waarop Zwitserland is ontstaan, alsmede hoe het geslacht Saussure daar in de zestiende eeuw vanuit Frankrijk naartoe trok. En aan het eind, bij de dood, wordt ongegeneerd geschmierd:
And then his body failed, followed by his spirit, until that winter night when he closed his eyes, and all the hidden patterns he had sought revealed themselves to him in a burst of shining splendour.
Affijn, de persoonlijke passages begon ik al snel over te slaan, ook al omdat je over de persoon Ferdinand de Saussure weinig te weten komt, en zijn broer René me eigenlijk interessanter begon te lijken: uitvinder van een universele munteenheid, architect, wiskundige, bijna-uitvinder van de relativiteitstheorie, esperantist,... over hém zou ik wel een boek willen lezen, al moest dat dan niet door John E. Joseph geschreven zijn.

Ook een biografie over Ferdinand zou natuurlijk interessant kunnen zijn, al is het maar literair. Een belangrijke filosofische vraag op de achtergrond van zijn leven was: je kunt een ontwikkeling van een taal uiteindelijk alleen begrijpen als je begrijpt dat er geen individuele elementen veranderen, maar dat alles uiteindelijk in een systeem moet passen: Saussure was de vader van het 'structuralisme'. Die relatie tussen verandering van een element en aanpassingen in het 'systeem' zou je ook kunnen onderzoeken in de levensbeschrijving van een individu. In plaats daarvan kiest Joseph voor een levensbeschrijving waarin uiteindelijk niets belangrijk is, er is geen prisma – de familiegeschiedenis, de wetenschappelijke geschiedenis, alles staat naast elkaar en niets grijpt op elkaar in, zonder dat op zijn beurt een thema is.

De stukken over de ontwikkeling van Saussures intellectuele, taalkundige, ontwikkeling vond ik alles bij elkaar het interessantst, al zijn de meeste details daarvan wel bekend. Hoe hij gaandeweg in de gaten kreeg, bijvoorbeeld, dat de negentiende-eeuwse taalkunde, met al zijn successen, op drijfzand was gebouwd omdat hij gebaseerd was op een heel vage en op de keper beschouwde definitie van taal (namelijk als een 'levend organisme' dat los staat van de sprekers) en vervolgens probeerde om taal goed te plaatsen op de spanningsboog van enerzijds de individuele taalgebruiker en anderzijds de gemeenschap die een taal in bezit heeft.

In de taalwetenschap volgens Saussure komen allerlei klassieke problemen samen: hoe bestudeer je iets dat constant in beweging is? Hoe kan het dat talen van elkaar verschillen? En hoe kan het dat er zelden of nooit twee grenzen die dialectverschillen beschrijven echt samenvallen? Je zou alle romantische onzin over de grootse familie Saussure en het miskende genie weg moeten gooien. Dan houd je een handzame inleiding op het werk van een van de interessantste denkers van de vorige eeuw over.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…