Doorgaan naar hoofdcontent

Nikos Kazantzakis. Christ Recrucified. London: Faber and Faber, z.j. (1946)

Vertaling: Jonathan Griffin
In een Grieks dorp in Anatolië wordt iedere zeven jaar een passiespel gehouden. Ook voor dit jaar, vermoedelijk ergens in 1918 of 1919, hebben de notabelen van het dorp een selectie gemaakt van de dorpelingen die Jezus en de voornaamste apostelen (Johannes, Jacob, Petrus, Judas) mogen spelen. Ze drukken hun op het hart dat ze tot de volgende Pasen zich dan ook wel waardig moeten gedragen.
De jonge mannen die de opdracht krijgen, nemen hun taak echter serieuzer dan de bedoeling was. In plaats van braaf over de gebaande paden van de notabelen te wandelen, beginnen ze écht Jezus na te volgen - de revolutionaire Jezus, die opkomt voor de armen en de verdrukten, die zelf het wereldse verzaakt en niet bang is om zijn leven op het spel te zetten om anderen te redden. Langzaam maar zeker keren de notabelen, en dan vooral de lokale, volgevreten pope, zich tegen hen. Manolios, de man die Jezus zou spelen wordt voor bolsjewiek uitgemaakt, geëxcommuniceerd, en uiteindelijk door een door de pope opgehitste massa gelyncht.
Wat heb ik van dit boek genoten. Ik houd toch al veel van Kazantzakis (van wie ik eerder The last temptation, Zorba de Griek en Brief aan El Greco las), maar geen van die eerdere boeken maakte zoveel indruk op me als Christus Herkruisigd. Als ik het goed heb, worden Kazantzakis' boeken in het Nederlands allang niet meer gekocht. Wat is dat toch jammer, want wat gun ik veel lezers dit boek.
Weinig schrijvers hebben laten zien hoe verontrustend de christelijke boodschap eigenlijk nog steeds is, of een verhaal opgezet met zoveel lagen (je voelt bijvoorbeeld op de achtergrond ook nog eens de dreiging van de Turkse overheid die alle Grieken in de vroege jaren twintig het land uit gaat gooien, vandaar dat het verhaal zonder dat er een jaar genoemd wordt zo precies te plaatsen valt: ergens tussen de Russische Revolutie en Atatürk).
Het verhaal heeft bovendien een Shakespeareaanse verzameling karakters die je nooit zal vergeten: de vertegenwoordiger van het Turks gezag en zijn vriendje Youssefaki, de vrouw van de gierigaard die de moed maar heeft opgegeven om ooit nog iets tegen haar man te zeggen en daardoor alleen maar doods weet te breien, de weduwe die iedere man in het dorp die daar behoefte aan heeft ontvangt en daarom Maria Magdelana mag spelen. Zelfs Maniolos, de Jezus-figuur, krijgt zo reliëf.
Het wordt steeds moeilijker om volgende titels van Kazantzakis te vinden. In zijn tijd werd hij geprezen door mensen als Camus (die vond dat hij de Nobelprijs had moeten krijgen) en Thomas Mann (die op de achterflap van Christ Recrucified het boek de hemel in prijst), maar ook internationaal krijgt Kazantzakis lang niet de aandacht die hij, als een van de interessantste auteurs van de twintigste eeuw, verdient.


Reacties

Anoniem zei…
O Christos xanastavronetai, of hoe een atheïst - een vrijmetselaar - dichter dan wie dan ook bij Christus kan raken.
LucVdC
David Cohen zei…
Waarschijnlijk heb je het al gezien, maar Kazantzakis' drie grote romans (Zorbás, Christus Herkruisigd en Kapitein Michalis) verschijnen nu één voor één bij Wereldbibliotheek in het Nederlands van Hero Hokwerda. Ikzelf werk momenteel aan zijn epos "De Odyssee: een modern vervolg".

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…