Doorgaan naar hoofdcontent

Helene Uri. De besten onder ons. Breda: De Geus, 2012 (2006).

vertaling: Neeltje Wiersma
Ik heb het niet vaak, dat ik een boek lees dat ik zelf geschreven zou willen hebben. Ik kan van een boek genieten, ik kan het bewonderen, ik kan heel blij zijn dat het er is – maar waarom zou ik dat dan zelf geschreven willen hebben?
Dat ligt anders bij De besten onder ons, de onlangs uit het Noors vertaalde roman van de Zweedse taalkundige Helene Uri. Dat is een prettig boek om te lezen, al kan ik niet zeggen dat het mijn leven een nieuwe wending gaat geven of dat ik verwacht dat Uri de Nobelprijs gaat krijgen. Maar wat leuk moet het zijn geweest om te schrijven!
Het boek gaat over een van de vele gigantische instituten voor taalwetenschap die de Universiteit van Oslo in Uri's wereld kent. Dat is nét niet de echte wereld: het instituut is een instituut voor futuristische linguïstiek, dat wil zeggen dat er twee afdelingen zijn. De een houdt zich bezig met de vraag hoe de taal (het Noors, dialecten van het Noors, andere talen) er in de toekomst uit zouden moeten zien, de ander met de vraag hoe ze er daadwerkelijk uit zullen zien. Dat is natuurlijk een tamelijke onzinnige bezigheid – iedereen die iets van taal weet, weet dat je veranderingen alleen kunt voorspellen als je precies weet hoe de héle maatschappij zich gaat ontwikkelen, inclusief alle individuen – wie er smaakmakers zullen worden, in hoeverre die door welke mensen gevolgd gaan worden, enzovoort.

Er valt geen peil op te trekken, alleen een puissant rijk land zal ooit geld uittrekken voor een dergelijke onderneming. Of een romanschrijfster.

De taalkundigen in het boek zijn bovendien het soort taalkundigen waar de gemiddelde populair-wetenschappelijke schrijver van droomt: ze lezen niet alleen over hun eigen kleine discipline, maar daarnaast ook alles wat er los en vast te lezen valt over taalwetenschap, over alle grenzen heen. Een historisch fonoloog en een dialectmorfoloog kunnen elkaar ontmoeten op een congres en praten over een artikel over computertaalkunde. Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt: de meeste onderzoekers die ik ken beperken zich uiteindelijk tot een heel klein gebied – de gemiddelde fonoloog is bij wijze van spreke nauwelijks meer op de hoogte van of geïnteresseerd in de ontwikkelingen in de computertaalkunde als een gemiddelde andere ontwikkelde persoon.

Het lijkt me leuk om te fantaseren over een taalkunde die wel zo is, waar een gemiddelde taalkundige wel over al die deelvakken praten kan – dat is de voornaamste reden waarom ik Uri benijd. Ze heeft overigens niet bepaald een utopie geschapen: De besten onder ons is vooral een satire op de roddelzucht, de mateloze ambitie en oneerlijkheid van wetenschappers. Er zitten bovendien op een elegante manier een aantal thema's door het verhaal gevlochten – dat mensen een dubbelleven hebben, dat je ze eigenlijk nooit goed kunt kennen, bijvoorbeeld, of een draadje over de communicatie bij bijen dat uiteindelijk een belangrijke rode draad blijkt te zijn.

Een fijn boek om te lezen; vast een heerlijk boek om te schrijven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …