Doorgaan naar hoofdcontent

Rolf Hosfeld. Tucholsky. Ein deutsches Leben. München: Siedler, 2012.

Stalkers menen soms dat ze recht hebben op hun object van bewondering omdat ze denken er zoveel op te lijken: al hun gedachten worden immers ook door de bewonderde held uitgedrukt? Heeft die held dan soms geen toegang tot hun hoofd, en hebben zij dan niet omgekeerd evenveel recht op het zijne? Dat zij maar krabbelaars zijn en niets hebben gedaan dat zelfs maar in de buurt komt van wat de gestalkte heeft gedaan, dat doet er niets toe.

Wat ben ik blij dat Kurt Tucholsky al meer dan dertig jaar dood was toen ik geboren werd, want wat had ik hem anders gestalkt. (Hij stierf zo'n beetje op de leeftijd die ik nu heb.)

 Wat ik nu precies met hem gemeen denk te hebben, kan ik niet zeggen. Hij heeft om te beginnen onvergelijkelijk veel meer ellende over zich heen gekregen dan ik: de Eerste Wereldoorlog om te beginnen, en een haarscherp aanvoelen van de politieke situatie in de jaren twintig en vroege jaren dertig (hij stierf in 1935) daarna. Bovendien was hij een grote, zeer talentvolle schrijver en dichter en kennelijk ook spreker. Niets van dat alles bij mij, met een naar verhouding behoorlijk gezapig leven en een en al middelmatigheid.

En toch.

Het zit 'm denk ik in de toon: er is iets in het ritme van Tucholsky's zinnen, zijn heen en weer schakelen tussen dialect en hoog-Duits, zijn zeker voor Duitsers ongedwongen manier van zich uitdrukken waardoor ik het idee heb dat ik dat ook zo had kunnen denken. Zelfs als ik het helemaal niet met hem eens ben.

Gelukkig citeert Rolf Hosfeld regelmatig uit het werk van Tucholsky in deze biografie, en gelukkig zet hij dat hele leven ook nog eens goed op een rijtje: het gedoe met vrouwen, zijn politieke engagement, zijn liefde voor de letteren, zijn totale desillusie en depressie in de laatste levensjaren. De ondertitel ein deutsches Leben suggereert misschien dat Tucholsky een exemplarisch leven had voor zijn tijd, maar dat is niet zo. Daarvoor zag hij veel dingen te scherp en andere dingen op een eigen manier. Wel laat Hosfeld goed zien hoe goed Tucholsky zijn tijd aanvoelde en hoe je dus uit zijn denken de Duitse samenleving van het begin van de twintigste eeuw helemaal kunt reconstrueren.

Maar daarbovenuit stijgt voor mij dan toch weer die man. Dat ben ik, zo ben ik ook. Ik kan niet eens uitleggen, waaraan het ligt, het zal het ritme wel zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…