Doorgaan naar hoofdcontent

Guus Kuijer. De bijbel voor ongelovigen. Het begin. Genesis. Amsterdam: Athenaeum—Polak & Van Gennep, 2012.

Is het nodig, dat er een aparte bijbel komt voor ongelovigen? Natuurlijk niet. Er zijn al zoveel bijbels, en je hoeft niet eerst gedoopt te zijn om die te kunnen kopen en lezen. Sterker nog, er zullen in Nederland niet heel veel mensen zijn die nog letterlijk geloven wat er in Genesis wordt verteld.

Maar tegelijkertijd kan de bijbel niet vaak genoeg worden naverteld – vooral als dat met het vertelplezier en de schwung van Guus Kuijer gebeurt. Iedere verteller voegt weer iets nieuws toe, buigt het verhaal weer naar zichzelf toe, zoals Kuijer ook verschillende van zijn vertellers laat benadrukken.

Kuijer heeft vertellers gekozen die over het algemeen wat buiten de grote lijnen stonden (Sara, de vrouw van Abraham; Benjamin, de zoon van Jakob; de eeuwige outsider Isaak). In zijn versie zijn het ook degenen die het geloof van de echt drijvende krachten van wat afstand bezien. Zo vertelt Cham, de zoon van Noach, het verhaal van zijn vader als het verhaal van een halve godsdienstwaanzinnige die bijna even wreed is als de wrede God die hij geprojecteerd heeft. "Het drong tot me door dat de mensen willoos aan de goden waren overgeleverd, dat ze bezeten waren, dat ze niet in staat waren zich te verweren."

Tegelijkertijd is De bijbel geen atheïstisch traktaat geworden. Daarvoor zijn de verwondering over en zelfs een soort bewondering voor die onbegrijpelijke menselijke eigenschap – het geloof – te groot. De kern van Kuijers interpretatie is misschien wel de scene waarin Jakob een nacht lang worstelt met God. Dat gevecht, dat harde, bittere, maar gelijke gevecht tussen mens en God, wordt in groot detail en met smaak beschreven.

En tegelijk is er ook nog de humor. Zo herhaalt Kuijer af en toe de lijstjes van namen die je in de bijbel zo vaak tegenkomt (die van 'X gewon Y en Y gewon Z en Z gewon...' of van de broers van die en de kleinkinderen van die). Kuijer laat zijn vertellers dan zo'n lijstje geven en opmerken: "Ik zou het op prijs stellen wanneer u deze namen uit uw hoofd leerde opzeggen, ook in omgekeerde volgorde."

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …