Doorgaan naar hoofdcontent

Howard Jacobson. Zoo Time.

Guy Ableman is een schrijver in een tijd waarin uitgevers al in paniek raken als ze een schrijver zien aankomen – bang dat hij misschien wel eens een goed boek geschreven zou kunnen hebben. Dat ze dan moeten uitgeven, terwijl niemand het meer wil hebben.

Het is niet zijn enige probleem. Een ander is dat hij verliefd is op, of in ieder geval verlangt naar, zijn schoonmoeder, Polly, die nooit een boek gelezen heeft.

Zoo Time is een satire op de moderne letterkundige wereld, waarin er veel te veel schrijvers zijn, en eigenlijk nauwelijks nog lezers. De paar lezers die Ableman tegenkomt, lijken alleen maar te lezen om de schrijver tijdens een literaire avond onder de neus te kunnen drukken wat een hekel ze eigenlijk aan zijn schrijfstijl en zijn onderwerpen hebben. Bijna iedereen in het vak gaat eraan onderdoor, verschillende agenten plegen op een krankjoreme manier zelfmoord en worden vervangen door jonge dingen die nog bij Ableman op schoot gezeten hebben. Zijn vrouw schrijft vervolgens een boek over haar relatie met haar moeder, en loopt dan bij hem weg. Uiteindelijk overleeft ook Ableman alleen maar door onder de naam Guido Cretino zoetsappige boeken te schrijven over geweldige, prachtige, sterke vrouwen – kortom, boeken waarover de lezeressen zich verbazen: hoe kan een man zich zo inleven in een vrouw?

Ik was Zoo Time vooral gaan lezen omdat ik op de radio Nausicaa Marbe zeer enthousiast over het boek had horen vertellen. Ze struikelde over haar woorden, zo prachtig vond ze het allemaal. Welnu, ik zou niet zo over mijn woorden struikelen. Het is best een aardig boek, Zoo Time, maar heel grappig is het niet – en hoewel ik geloof ik nog nooit een boek heb gelezen over de instortende literaire wereld, had ik tegelijk het gevoel dat ik het allemaal weleens gehoord had. Jawel, niemand leest meer. En wat dan nog?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…