Doorgaan naar hoofdcontent

Julian Barnes. The Sense of an Ending. Audiobooks, 2011.

Wat veel lezers van The sense of an ending lijkt te overkomen: nadat ik het boek uitgelezen had, begon ik meteen opnieuw. Ik heb nog nooit een boek tweemaal onmiddellijk achter elkaar gelezen (of beluisterd, maar dat maakt geen verschil).

Wat gebeurt daar op het eind? Wat is dat voor een eind? Had je die niet veel eerder zien aankomen? En is die laatste draai wel echt de laatste? Zit er niet ergens in het verhaal een heel andere draai verstopt?

Het is nog sterker. Nu ik The sense of an ending uitheb, en het nog steeds niet weet (een beetje googlen brengt je op allerlei theorieën, maar er lijkt niemand te zijn die het echt allemaal sluitend weet te krijgen, er blijven altijd nog wel wat intrigerende draadjes hangen), ben ik zelfs andere boeken van Barnes gaan lezen. Om te beginnen zijn bekendste, Flaubert's Parrot – ook heel lezenswaard, ik zal er binnenkort wel  over schrijven, hier. In ieder geval staat er een beschouwing in over einden van romans, over hoe onnatuurlijk die zijn, en hoe het ook niet helpt om een boek te eindigen met twee verschillende eindes omdat het echte leven ook niet zo is: er zijn weliswaar allerlei mogelijke einden, maar je krijgt er toch maar een. Dus dat je eigenlijk de lezer moet dwingen om maar één einde te kiezen.

Mijn idee is dat het Barnes gelukt is om met The sense of an ending het perfecte einde te scheppen: er is maar één einde, maar je weet als lezer niet precies wat het is. Je moet meteen weer terug naar het begin om er beter achter te komen wat het einde nu precies is.

De stijl van het boek is ook prachtig, het staat vol zinnen die je niet snel vergeet en het wordt heel goed voorgelezen door Richard Morant: ik heb geloof ik één keer een raar accent gehoord, maar verder vertelt Morant het allemaal alsof het zo uit zijn eigen hoofd komt. Zou hij wel weten hoe The sense of an ending precies afloopt?

Reacties

interessante commentaar!

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …