Doorgaan naar hoofdcontent

Richard Millet. Langue fantôme. Suivie d'Éloge litteraire de Anders Breivik. Pierre-Guillaume de Roux Éditions, 2012

De uitgever Richard Millet heeft in Frankrijk voor enorme ophef gezorgd met zijn pamflet Langue fantôme. Suivie d'Éloge litteraire de Anders Breivik. Dat komt vooral door het tweede deel, een stuk van een pagina of tien waarin hij Anders Breivik verdedigt als een soort kunstenaar, die weliswaar iets vreselijks gedaan heeft, maar dat wel op een perfecte manier heeft uitgevoerd. Inmiddels heeft Millet moeten opstappen bij zijn werkgever, Gallimard, en is hij ook anderszins van alle kanten aangevallen.

Ik moet zeggen dat het mij wel terecht lijkt dat Millet bij Gallimard moest opstappen. Hoe kan iemand zulk verward hysterisch gekrijs op papier brengt ooit een goed boek herkennen als hij het moet uitgeven?

En dan heb ik het nog niet eens over die verdediging van Breivik, want die staat achterin het boek, en toen toeterden mijn oren al behoorlijk van al het geroep over de vreselijk treurige, derdewereldstaat waar het Frans in is geraakt, door toedoen van allerlei buitenlanders die Franse romans zijn gaan schrijven en Franse schrijvers die trouwens ook niet veel soeps zijn.

Die gedachte dat een taal eigenlijk gemaakt wordt door de schrijvers in die taal, is nog wel interessant. Hij is heel erg Frans – geen Nederlandse schrijver zou dat serieus zeggen en geen Engelse of Duitse schrijver ook – en vooral in dit geval, waarin het gaat om het verval van een taal, niet erg productief. Bovendien kan ik me bij de klacht over de moderne Franse literatuur nog wel iets voorstellen. Ik lees misschien maar twee of drie moderne Franse boeken per jaar, maar dat komt onder andere toch ook wel doordat wat ik wel lees me maar matig bevalt: vaak is het vooral veel geneuzel over vreselijk ingewikkelde relaties. En soms is het dus hysterisch geschreeuw.

Ook Millet toont zich dus een soort achterlijk halfbroertje van Céline, dat vooral kan krijsen waar de grote broer nog weleens machtig brulde (en misschien toch ook nog wel wat misdadiger was dan het kleine krijsende broertje).

Richard Millet, een naam om even snel weer te vergeten als de mensen die hij aanvalt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …