Doorgaan naar hoofdcontent

Martin Amis. Time's Arrow. Or the Nature of the Offence. Audible, 2008 (1991).

Een van mijn favoriete gedichten in de Nederlandse literatuur is 'Wij komen ter wereld' van Jan Hanlo:

Wij komen ter wereld, met rouw, uit de graven;met rouw die gepast is, omdat wij nog dood zijn.Ons lichaam ontstond uit de grond en uit planten,om eens te bereiken een veilige haven. 

Een veilige haven: de schoot ener moeder,waar 't woelig verleden, geleidlijk en langzaam,eindlijk tot rust komt; ik dwaal in mijn vader.In scheidende stromen voltrekt zich het leven.

En zo verder. Het ontroerende van dat gedicht is dat alles goed komt, de wereld is mooi wanneer hij achterstevoren wordt gedraaid ('Verkwikkend is meestal de arbeid, en sterkend. Toch nuttig, zoals het opvullen van mijnen: het plaatsen van kolen en stinkende olie waar ze behoren, diep in de aarde').

Martin Amis deed dezelfde truc na Jan Hanlo, in 1991, nogmaals. In Time's Arrow beleeft een ziel het leven van degene die hij bewoont achterstevoren. Diegene (Todd Friendly heet hij in het begin) leeft waarschijnlijk gewoon van het begin naar het einde, maar de ziel heeft dat niet in de gaten, en trouwens sowieso weinig toegang tot de gedachtewereld van Todd – en ziet dus iedereen de verkeerde kant oplopen, vuile borden voorzien van dampend voedsel dat vervolgens in de pan wordt afgekoeld, enzovoort.

Heeft het leven alleen zin als het van het verleden naar het heden wordt afgedraaid? In de natuur (de levenloze natuur) kan iedere film echt worden teruggedraaid. Het is weliswaar niet zo waarschijnlijk dat scherven zich aaneenvoegen tot een glas, maar het is natuurkundig niet uitgesloten. De levende natuur heeft de tijd een pijl gemaakt, maar wat betekent dat? Voor mij is dat zo'n leuk filosofisch speeltje, iets wat weinig betekenis heeft voor mijn 'echte' leven, maar waarover je aangenaam kunt nadenken. Misschien loopt de tijd wel helemaal niet volgens een pijl, misschien beleeft mijn ziel hem wel achterstevoren. Zo bezien las ik Time's Arrow met een soort genoegen: in het leven buiten het boek moest ik af en toe even wennen aan de 'werkelijke' orde van de tijd.

Bij Amis is het iets meer dan een speeltje, omdat Todd Friendly een arts in Auschwitz blijkt te zijn geweest. Zijn lange treurige leven als dokter krijgt daar ineens zin: waar hij altijd maar mensen ziek heeft gemaakt, was hij nu betrokken bij een operatie die een heel volk in het leven heeft geholpen, gebouwd uit as en gas en troep.

Maar kun je dat spelletje wel spelen met dat thema? Worden de verschrikkingen echt van een nieuwe laag voorzien door ze achterstevoren draaien? Het lezen van Time's Arrow gaat bijna net zoveel over die vragen als over die tijdpijl.

En ik kom er niet uit. Het is misschien toch nog steeds onmogelijk om iets over Auschwitz te schrijven, alle woorden houden op. Als je de tijd zou omdraaien zouden ze daar beginnen; maar je kunt de tijd niet omdraaien, dus houden ze er op.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …