Doorgaan naar hoofdcontent

Joseph Ratzinger (Benedetto XVI). L'infanzia di Gesù. Milano: Rizzoli, 2012.

De huidige paus is misschien wel voor alles een geleerde, een theoloog. Tijdens zijn pausschap heeft hij een uitgebreide studie gepubliceerd over Jezus, waarvan onlangs het derde deel verscheen, over de jeugd van Jezus.

Het is een rare combinatie, die van geleerde en paus. Je treedt toch wel op een wat vreemde manier in discussie met je collega-theologen: voor zover dat katholieken zijn ben je toch min of meer hun baas. En sowieso lezen er potentieel miljoenen vrome katholieken mee. Het exemplaar dat ik onder de kerstboom las behoort bijvoorbeeld aan mijn vrome schoonmoeder, die dezer dagen op bezoek is.

Ratzinger (zowel zijn burgerlijke als zijn kerkelijke naam staan op het omslag van deze editie) bespreekt in dit boek heel precies wat we weten over de jonge jaren van Jezus, Dat is natuurlijk niet zoveel: de evangeliën zijn bijvoorbeeld niet erg uitvoerig over de eerste jaren - wat wil zeggen zo'n beetje alles voor de laatste een of twee jaar.

Hoe halen we de waarheid uit die evangeliën? Ik geloof dat de combinatie van hoedanigheden die Ratzinger uitprobeert, zich hier wreekt. Een geleerde wil achter de waarheid komen, maar de paus weet natuurlijk wat de waarheid is. Zo bespreekt Ratzinger de twijfel die sommige theologen hebben geuit over het verhaal dat (de moeder) Maria een van Lucas' bronnen was voor zijn evangelie. Het moet wel zo geweest zijn, zegt de paus. Hoe kan Lucas anders zo precies geweten hebben hoender toeging bij de geboorteaankondiging van Jezus, inclusief wat Maria daarbij dacht? Maar dat is natuurlijk alleen een argument wanneer je gelooft dat die beschrijving letterlijk waar is en geen voor het verhaal toegevoegde tussenzinnetjes bevat.

Het is toch al vreemd om de paus zo in discussie te zien gaan over historische onderwerpen. Met hoeveel autoriteit hij zijn punten ook naar voren brengt, het suggereert toch dat de lezer zelf ook kritisch kan denken over zijn argumenten en daar bijvoorbeeld ook weleens wat tegenin kan brengen. Ik ben benieuwd wat mijn schoonmoeder daarvan gaat vinden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…