Doorgaan naar hoofdcontent

Saadi. De rozentuin. Amsterdam: Bulaaq, 2005 (13e eeuw)

De ware wijsheid is van alle tijden en geldt over de hele wereld. Hier is bijvoorbeeld het beste managementadvies ter wereld, ons gegeven door een 13e-eeuwse Iraniër: begin er niet aan. Van al dat regeren over anderen wordt je alleen maar ongelukkig, net als van het aardse slijk dat je als beloning krijgt:

Ben je geketend aan de dagelijkse zorgen,
de kans op vrijheid blijft voor je verborgen.

Nog een advies: wanneer je een scheet voelt opkomen, houd hem dan niet tegen.

De buik is voor de wind een cel.
Wees wijs en slaak zijn boeien snel.
Hij is je ingewand tot last,
Houd hem dus niet onnodig vast.
Een zure wind die je gaat tegenstaan,
Houd hem niet op als hij wil gaan.

Waarom ontroeren dergelijke teksten zo? De taal die de dichter en derwisj Saadi schreef, schijnt een heel mooi, exemplarisch Perzisch te zijn geweest, maar ik ken geen Perzisch en heb het dus met de vertaling van de Leidse emeritus J.T.P. De Bruijn moeten doen, dat helder is, maar niet eens de pretentie heeft verpletterend mooi te zijn.

Het ligt dus niet aan de taal en in veel opzichten ook niet aan de inhoud. Ik heb aan mijn eigen levenslange zoektocht naar hoe ik leven moet niet per ze meer aan de meningen van een oude derwisj dan aan die van een tijdgenoot. Toch voegt juist het feit dat het gaat om een oude tekst van ver weg veel toe aan de ontroering. Ook daar en toen leefden mensen die de werkelijkheid oprecht in de ogen durfden te zien, af durfden zien van pretenties en de onzin van de eigen cultuur. Die zichzelf durfden zijn en die daardoor algemeen-menselijk werden.

Rationeel weet je natuurlijk dat middeleeuwse Perzen mensen waren zoals jij en ik, en toch ontroert het om dat bevestigd te zien.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …