Doorgaan naar hoofdcontent

Nick Hornby. More baths less talking. San Francisco: McSweeney's, 2012.

De Britse schrijver Nick Hornby (van About a boy en A long way down) schrijft de ideale boeken voor in het vliegtuig: zijn almaar voortdurende serie gebundelde columns voor het tijdschrift The Believer. In die columns beschrijft Hornby welke boeken hij de afgelopen maand gekocht heeft, en welke gelezen. Het zijn geen recensies – Hornby leest programmatisch alleen voor zijn plezier. Het zijn stukken waar dus het plezier van af spat, stukken over de grillige gang van de lezer, die boeken koopt die hij nooit leest, en dan ineens weer een boek op het vliegveld koopt waar hij anders nooit aan begonnen was.

Het zijn boeken waar ik hardop om moet lachen – boeken voor als er in het vliegtuig niemand naast me zit.

Zoals de maand dat Hornby eindelijk weer eens een boek van John Updike heeft gelezen. Hij heeft die boeken decennia gemeden, legt hij uit. Als twintiger las hij enkele van die boeken, maar hij merkte dat hij er nog niet aan toe was, al die in- en in-treurige beschrijvingen van de huwelijkse staat. Dat hij zich te kort voelde schieten: waarom kende hij als 25-jarige die problemen nog niet. En dat hij geen boeken las om zich ook nog eens op die manier te korte voelde schieten.

Hij las nu Marry me, met passages als
"You dumb cunt," he said, and bounced her into the mattress again and again, 'you get a fucking grip on yourself"
Enzovoort. En dan schrijft Hornby:
I am embarassed to say that life is only very rarely like this chez nous. There's the holiday season, obviously, and the occasional Saturday night, especially during January and May, when, typically my football team Arsenal crash out of the major competitions. But, hand on heart, I could not claim that we scale these particular giddy heights of seriousness with the kind of frequency that would allow me to gasp with recognition.
Voor Hornby is het lezen een onderdeel van het leven, en daar lees je eigenlijk nooit over. Wanneer je de gemiddelde recensent of boekblogger leest, lijkt het net alsof het leven alleen uit boeken bestaat. Voor Hornby bestaat het ook uit zijn gezin, en zijn werk, en voetbal, en nog een aantal andere zaken die soms zelfs belangrijker zijn dan lezen. Een enkele keer is er zelfs een crisis – dan leest de lezer alleen boeken die hem nauwelijks inspireren. Maar altijd komt er weer een moment van inspiratie, dat je ineens vijf prachtige, hilarische, interessante boeken achter elkaar leest.

Zoals More baths less talking.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …