Doorgaan naar hoofdcontent

Jonathan Franzen. Freedom. Farrar, Straus and Giroux, 2010.

Toen ik ongeveer op tweederde van Freedom was, maakte ik een vergissing: ik las online enkele van de recensies die er over dit boek verschenen zijn. En die hebben het plezier in het boek bijna bedorven.

Bijna alle recensenten gaven toe dat ze het een mooi boek vonden, maar sommigen klaagden dat het toch echt geen Great American Novel, toch echt geen literatuur was. Daarvoor zijn de gedachten niet diep genoeg en vooral: daarvoor is het boek te realistisch. En het realisme is nu eenmaal al sinds de negentiende eeuw dood.

Nu is Freedom inderdaad misschien niet zo diep. Ik heb er in ieder geval weinig nieuwe ideeën door gekregen over wat vrijheid is. Je ziet wel hoe allerlei mogelijke beperkingen worden afgewerkt: je bent minder vrij door de relaties die je aangaat, door de gevoelens die je voor mensen ontwikkelt, door je eigen karakter en wat je misschien van je familie hebt meegekregen. Dat zijn natuurlijk ook precies de thema's van het 19e-eeuwse realisme: de manier waarop de menselijke natuur bijna wetenschappelijk kan worden verklaard uit allerlei omgevingsfactoren. En wat dat betreft is Freedom niet veel opgeschoten. (Sommige critici zeggen dat het eigenlijk een soort modern Middlemarch is, en dat lijkt me een heel prettig verwijt om te krijgen voor een romanschrijver.)

Maar het is ook wel een beetje een raar soort zorg om te hebben, of dit of dat boek wel literair genoeg is, en of het de tand des tijds wel zal overleven. Wie zal het allemaal zeggen – en alle recensenten die ik las zijn het erover eens dat het een mooi boek is.

Toch zat het me even dwars bij het zevende achtste van dit boek. Een recensent meende bijvoorbeeld dat satire 'niet Franzen sterkste kant was'. Was het eigenlijk wel grappig genoeg?

Maar gelukkig dook er op dat moment een nieuw bijpersonage op, een zekere Linda, die grappiger is dan alle andere personen in elkaar (misschien de enige echt grappige, dat geef ik toe). Linda is een wat dommige evangelische christen die de hele tijd haar eigen domheid en haar gelovigheid weet in te zetten om de dingen voor zichzelf goed te praten. 

Zij is een tijdje de grote vijand van hoofdpersoon Walter die zich boos en verdrietig heeft teruggetrokken in een bos waar ook Linda's villa staat.  Het probleem is: Linda's kat vermoordt de hele tijd vogeltjes, terwijl er een regel is die verbiedt dat huisdieren vrij rondlopen in de natuur. Walter gaat zijn beklag doen en dan volgt een gesprek tussen doven. Linda legt bijvoorbeeld uit dat haar poes nu eenmaal graag naar buiten wil. "Maar hoe kun je dat nu weten?" vraagt Walter. "Kun je soms met je poes praten?" Linda maakt daar dan onmiddellijk in haar verslag aan anderen van dat die zonderling denkt dat je alleen een huisdier mag hebben als je ermee kunt praten. 

Nou ja, je moet het zelf leven. Grote literatuur? Wat kan mij het schelen. Mag realisme nog? Alles mag wat fijn is. Een lekker leesboek, dat mag zeker.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …