Doorgaan naar hoofdcontent

Hal Weitzman. Latin lessons: How South America Stopped Listening to the U.S. and Started Prospering. Chicago: Home Room, 2012

Hugo Chávez is dood, dat weet u ook wel. Hal Weitzman wist het nog niet toen hij zijn boek Latin lessons publiceerde. Het lijkt me desondanks nog steeds een nuttig boek voor iedereen die iets wil begrijpen over wat er in Latijns Amerika is gebeurd in de afgelopen tien of vijftien jaar – hoe daar enkele linkspopulisten de macht hebben kunnen krijgen en deze bovendien hebben kunnen aanwenden om het continent een flink stuk sterker te maken.

De belangrijkste oorzaak was volgens Weitzman: dat ze niet maar de Verenigde Staten luisterden. Ze konden zich dat onder andere permitteren doordat de VS minder belang was gaan hechten in wat er allemaal in de 'achtertuin' gebeurde, maar bovendien was de wrevel over Noord-Amerika in de loop van de tijd terecht of onterecht ook zo groot geworden dat men besloot zich te richten op andere partners dan alleen maar het noorden – op China bijvoorbeeld.

Chávez was van die politiek misschien het meest uitgesproken gezicht en ook vermoedelijk (ik ben het niet gaan tellen) de politicus die Weitzman het vaakst noemt in Latin Lessons; maar Correa in Ecuador is een ander voorbeeld. Het waren en zijn populisten in de goede en de slechte zin van het woord: de goede zin is dat ze voor het eerst oor hadden voor de massa's van armen in hun land; de slechte dat ze meenden dat zij persoonlijk die meerderheid vertegenwoordigen en dat er naar minderheden minder geluisterd hoeft te worden.

Weitzman legt die complexe materie met bewonderenswaardige helderheid uit. Allerlei kanten worden genuanceerd belicht (de titel van het boek is provocatief, maar uit de tekst krijg je nauwelijks de indruk van partijdigheid). Ik heb het luisterboek de afgelopen weken beluisterd terwijl ik 's ochtends en 's avonds van en naar het station fietste, en werd zo ineens een stuk wijzer over de politiek en de economie van een heel continent.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …