Doorgaan naar hoofdcontent

Nick Hornby. Juliet, Naked. Riverhead books, 2009.

Nick Hornby is het duidelijkste voorbeeld van een feel good-schrijver. De strekking van Juliet, naked is bijvoorbeeld niet speciaal opwekkend – het boek laat toch vooral zien hoe vergeefs ons aller streven is en het happy end is wel het allerongeloofwaardigste deel van het boek. En toch knapt de lezer enorm op van dit boek, zoals van al Hornby's boeken.

Dat komt natuurlijk door Hornby's tomeloze enthousiasme. Het boek gaat deels over een fan, een Engelse man die een groot deel van zijn leven heeft gewijd aan een Amerikaanse rockster die ermee opgehouden is (voor een ander deel gaat het over die rockster, en voor nog weer een ander deel over de vrouw van de fan die een relatie begint met de rockster). Met die fan wordt weliswaar de spot gedreven – hij zoekt van alles achter het werk dat er helemaal niet in blijkt te zitten – maar tegelijkertijd is Hornby zelf ook in alles wat hij doet een fan. Hij houdt van Charles Dickens en dus leest de rockster Charles Dickens.

Je hoeft die voorkeuren helemaal niet te delen. Ik houd niet speciaal van voetbal of rockmuziek en ben in ieder geval niet geobsedeerd door Charles Dickes; en door Hornby te lezen is mijn liefde ook niet groter geworden. Maar je raakt door het redeloze enthousiasme zelf aangeraakt, en door de Britse relativerende humor.

Het leven, ach, het leven. We moeten er ons maar doorheen slaan en vooral beseffen dat er allerlei prachtige dingen zijn die ons helpen bij dat ons erdoorheen slaan. Mooie boeken, bijvoorbeeld.





Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …