Doorgaan naar hoofdcontent

Nikos Kazantzakis. Saint Francis. Chicago: Loyola Classics, 2005 (1956)

Vertaling: P.A. Bien

Nikos Kazantzakis was een Griekse schrijver en een zoeker, een ongekende zoeker, ik geloof niet dat er iemand in de twintigste eeuw zo intensief, zo gepassioneerd, zo liefdevol, zo wanhopig en zo warmbloedig gezocht heeft – naar de zin van het bestaan, naar God, naar iemand die hem kon duidelijk maken waar het toe diende.

Het moest een mens zijn die hem dat duidelijk maken, en daarom schreef hij altijd voor menselijke figuren: Jezus bijvoorbeeld, in The last temptation en Christ Recrucified of al die andere figuren, van Boeddha via Odysseus tot Lenin, die hij in zijn autobiografie Report to Greco beschreef. Of, natuurlijk Zorba 'de Griek'.

Of, in dit boek, de heilige Franciscus.

Franciscus is van alle personen in de boeken van Kazantzakis misschien wel de meest intense, de meest compromisloze – de heiligste. Anders dan Jezus is hij een mens, maar een mens die zich weet op te tillen tot God door te vasten en te bidden en allerlei extreem gedrag te vertonen. Zijn verhaal wordt verteld door zijn compagnon, Broeder Leo. En broeder Leo is wel een mens, die af en toe best iets wil eten of drinken en ook niet per se het altijd koud wil hebben. Broeder Leo is iemand die vertrouwder is uit de boeken van Kazantzakis – iemand die echt worstelt, terwijl Franciscus alle pijn nauwelijks voelt.

Met het verdwijnen van het geloof uit de wereld, verdwijnt volgens dit boek niet zozeer de moraal, of het geven om elkaar, of de warme belangstelling voor elkaar. Er vervalt de compromisloosheid van iemand als Franciscus – iemand die zeker weet wat God van hem wil, hoeveel God van hem wil: almaar meer. Die bereid is om dan ook alles aan God op te offeren, zijn rijkdom, zijn familie, alle andere menselijke betrekkingen, en alles wat maar enigszins prettig kan zijn.

Is dat waanzin? Zo ben je dat als moderne lezer geneigd te zijn. Maar aan de hand van broeder Leo, aan de hand van Kazantzakis, voel je wel de fascinatie voor zo iemand, zo'n rauw, compromisloos iemand – een heilige, die zelfs uiteindelijk weinig voor elkaar krijgt op deze wereld (een groot deel van de tijd trekt hij zich terug uit de wereld om alleen te zijn met God) omdat zelfs het onderhouden van een monnikenorde, of het effectiever verbreiden van de zegen over de mensheid, moet wijken voor dat contact met God.

De lezer weet dat Kazantzakis niet zo was. Dat hij na het schrijven van De heilige Francis weer verder is gegaan naar Odysseus en Boeddha. En precies daardoor kan de ongelovige, moderne lezer ineens een echte hagiografie lezen, een heiligenleven, waarin wordt getoond hoe rauw en hard dat was.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…