Doorgaan naar hoofdcontent

Laurent Binet. HHhH. Paris: Éditions Grasset & Fasquelle, 2010.

Wat moet je vertellen over de Tweede Wereldoorlog? En vooral: hoe moet je dat doen? Kun je bijvoorbeeld wel fictie maken over iets dat zo gruwelijk is? En help je daarmee de ontkenners van de gruwelen niet, die iedere misser zullen aangrijpen om te ontkennen dat er ooit iets gebeurd is?

Dat zijn belangrijke vragen, maar de boeken die ik erover gelezen heb, zijn altijd mislukt. Beatrice and Virgil van Yann Martel, dat voor zover ik weet allerwegen is afgemaakt. En nu dan HHhH (Himmlers Hirn heißt Heydrich) van Laurent Binet, dat juist weer veel bejubeld is (al vind ik op het internet ook kritische geluiden).

Binets inzet is de omgekeerde van die van Martel: de laatste vind dat schrijvers moeten proberen door fictie nieuw leven in de herinnering aan de oorlog te blazen. Precies dat leverde hem kritiek op: is dat niet wel heel erg frivool? Binet heeft wat dat betreft een veel keuriger standpunt: je moet juist helemaal geen fictieve elementen gebruiken, zodra hij dat wel dreigt te doen, spreekt hij zichzelf bestraffend toe.

Het probleem is dan: als Binet dat vindt, waarom wil hij dan zo nodig een roman schrijven? Dat wordt eigenlijk helemaal niet duidelijk. Je zou denken dat fictie, in dit geval het invullen van details die we nooit kunnen weten, een manier is om het verhaal dichterbij te brengen, om je in te leven in de mannen die Heydrich vermoord hebben, én in Heydrich zelf. Maar dat doet Binet dus juist niet. Hij merkt op dat Heydrich op de ochtend voor hij werd neergeschoten met zijn kinderen speelde. En dat hij zich daar niets bij kan voorstellen, zo'n monster die met zijn kinderen speelt.

Nogmaals: Heydrich wás waarschijnlijk een van de monsterlijkse personen ooit, en zelfs onder de nazis mogelijk alleen de mindere in gruwelijkheid van Hitler zelf. Maar waarom dan een roman gemaakt van een boek dat zo zwart-wit is (de nazis zijn niet alleen slecht, maar ook lelijk)?


Reacties

pistike65 zei…
Helemaal eens. Dit is geen roman. Maar wel de moeite waard om te lezen.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…