Doorgaan naar hoofdcontent

Fjodor Dostojevski: The possessed

Van alle boeken die ik ken van Dostojevski, is dit het treurigste, het pessimistische, het meest hysterische.

In een Russische provinciestad lopen allerlei mensen door elkaar heen te roepen, op zoek naar een existentiële bodem onder hun bestaan. Waar je in andere boeken van Dostojevski het idee krijgt dat de schrijver zelf in ieder geval het idee heeft dat er misschien enige hoop te peuren valt uit de Russische ziel of de orthodoxe kerk of iets dergelijks, lijkt hier iedereen alleen maar enorm op zoek. Het christendom of het socialisme, de Russische ziel of de Slavofilie, het zijn allemaal maar halfbegrepen concepten.

Temidden hiervan krijgt een groepje van vijf stadsgenoten het idee dat ze een geheime cel vormen in een geheim netwerk van allerlei van dit soort cellen doorheen heel Rusland, een instrument in een grote omwenteling die er nu gaat plaatsvinden. Waar die omwenteling heen moet leiden, dat lijken ze zelf ook niet te zien. Ze hebben weliswaar contact met een theoreticus, maar diens visie op de samenleving is zo complex dat hij wel tien avonden nodig heeft om het allemaal uit te leggen, en daar ontbreekt de tijd voor, of het geduld.

Ondertussen krijgen allerlei mensen er lucht van, en beginnen op eigen houtje mee te werken aan het bereiken van wat dan ook maar het doel zou kunnen zijn, of dit juist tegen te werken. Dat doet er niet eens toe want echt resultaat is toch hetzelfde: de chaos wordt er almaar groter door.
Er wordt verwezen naar Shakespeare, naar Hamlet: ook iemand die vagelijk ontevreden is over het bestaande en aan het eind het toneel bezaaid met lijken achterlaat zonder dat je als toeschouwer weet hoe dat nu allemaal had moeten voorkomen.

Er is in het Nederlandse taalgebied, misschien in navolging van Karel van het Reve, een zeker dedain tegenover nu juist de hysterie van de personages van Dostojevski, dat niemand in zijn boeken nu eens rustig kan doen. Die mensen zien volgens mij over het hoofd dat net moeilijk is om rustig te blijven als je over dit soort zo lastige kwesties nadenkt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …