Doorgaan naar hoofdcontent

Arnon Grunberg. Apocalyps. Amsterdam: Nijgh en Van Ditmar, 2013.

De personages van Arnon Grunberg houden niet van halve maatregelen. Er komt zelden iemand in zijn werk voor die maar een beetje dromerig op een bankje zit af te wachten op wat er komen gaat. Er woelt altijd van alles, de totale waanzin ligt altijd op de loer - en heeft alleen een aangrijpingspunt nodig, iets om helemaal op uit te kristalliseren. En dan barst binnen de kortste keren het geweld ook los.

Die kortste keren, zo blijkt uit deze bundel, die lenen zich uitstekend voor verhalen. In de romans is er soms een wat lange aanloop nodig voor de uitbarsting, of is de nasleep wat ingewikkeld en vergezocht, maar een korte verhaal kan precies zo'n explosie bevatten.

De waanzin schuift langzaam maar beslissend binnen. In het titelverhaal van deze bundel, bijvoorbeeld, krijgen we iemand voorgesteld die als kind met zijn ouders aan het Gardameer werkte, en die inmiddels na een loopbaan als fysiotherapeut als huis-aan-huisverkoper van meubelen in Nederland werkt. En die je goed kunt volgen, al is het misschien een wat zonderling idee om zoiets in een zwembroek te doen. Tot je ineens merkt hoe knettergek hij is, hoe gevaarlijk gek misschien. En dan is het al te laat, en wordt je alleen gered doordat het verhaal is afgelopen. Waarna je een andere rare kant van jezelf kunt ontdekken.

Jeroen Vullings schreef in Vrij Nederland vorige week dat het korte verhaal misschien wel hét genre voor Grunberg is. Dat lijkt me precies in de roos. Apocalyps vind ik een van de sterkste boeken die Grunberg ooit geschreven heeft.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …