Doorgaan naar hoofdcontent

Emma Fasol. Aangeraakt. Amsterdam/Antwerpen: Archipel, 2011 (2009).

Ik lees niet vaak boeken waarop 'Haar huwelijk ideaal, haar minnaar onweerstaanbaar' staat. Allemaal vooroordelen! Deze keer had ik een persoonlijke reden om weleens zo'n boek te lezen – ik bleek de schrijfster van meer dan dertig jaar geleden te kennen – en ik heb me geen moment verveeld.

Aangeraakt vertelt het verhaal van een Nederlandse vrouw (Ezra) van tegen de veertig: een eigen tekstbureautje, een man, een kind, een beste vriendin, die ineens zomaar op de snelweg na een aanrijding een man tegenkomt. En die steeds kleine stapjes zet naar het overspel: ah, een sms'tje sturen, dan kun je altijd nog terug, ah, een kopje koffie drinken, dat doe ik met andere mannen ook. En het vertelt dat verhaal op een enorm meeslepende manier. Je kunt je bijna niet niet met Ezra vereenzelvigen en zo langzaam maar zeker met haar mee je hele huwelijk overhoop halen.

Het boek is bijna geschreven als het script van een tv-film. De stijl vestigt niet erg duidelijk de aandacht op zichzelf. Er zijn veel dialogen die heel naturel zijn, omdat je ze zo om je heen zouden kunnen horen. Maar er zou ook iets verloren gaan met zo'n film: bijvoorbeeld dat de twee mannen in Ezra's leven allebei wat schetsmatig zijn en geen duidelijk gezicht hebben.

Er zitten een aantal intrigerende details in (zoals dat er door het hele boek voortdurend aandacht is voor drinken: al in de eerste scene, bij het ongeluk, ziet Ezra een leeg blikje cola liggen, en daarna worden er het hele boek door voortdurend vloeistoffen genuttigd – het dorre leven moet flink begoten worden)!

Aangeraakt lijkt me om de een of andere reden duidelijk als een vrouwenboek in de markt gezet. Dat lijkt me onterecht. Dit is hoe ontrouw een goed huwelijk binnen kan sluipen en het dan binnen korte tijd van binnenuit kan opeten. Dit kan een man ook overkomen; zo werkt de mens.

Ik heb vijfendertig jaar geleden bij een schrijfster in de klas gezeten.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…