Doorgaan naar hoofdcontent

Halldor Laxness. Independent people. London: Random House, 2004 (1934-35)

Het leven in IJsland aan het begin van de twintigste eeuw, dat was een grote worsteling met de elementen en tussen de mensen onderling. En dan kwam ook de moderne tijd er tussendoor.

Hoe deden die knoestige mensen dat? Die mensen uit een stuk, die vergroeid waren met hun stukje grond, die door enorme ijselijke omstandigheden op zoek gingen naar een schaap dat verdwaald was? Die niet van praten hielden maar wel degelijk wat voelden?

Ik ben denk ik wel honderd keer opnieuw begonnen in Independent people van de Nobelprijswinnaar Halldor Laxness. Ik heb het jaren geleden gekocht omdat het nu eenmaal op de lijst met de beste honderd boeken aller tijden stond die ik nog steeds moet aflezen. En ik wilde het lezen, maar kwam steeds niet door het mythologische deel heen.

Tot ik dan tijdens deze kerstvakantie de tanden op elkaar zette en eindelijk aanbelandde in het deel dat speelt in onze huidige tijd (en dat begint op ongeveer een tiende van het boek). Ha, echte mensen! Maar eerlijk gezegd vond ik het ook hier allemaal teveel naar aarde en zand ruiken, en de heroiek van de boer die strijd voor zijn onafhankelijkheid.

Het is vast zo gegaan, er zijn vast zulke mannen geweest: grote klompen ijs waarbinnen heel diep toch een soort hart groeide. (Vrouwen zijn in Independent people helemaal onbegrijpelijke, licht hysterische en onbetrouwbare wezens.) Waarom kan ik daar dan niet een grote roman over lezen?

Ik kan zelfs zien dat het een meesterwerk is: in deze vertaling glanzen de zinnen, de schrijver weet steeds allerlei mooie details naar boven te halen. Bovendien is de psychologie van sommige andere van de beste honderd boeken aller tijden (laten we zeggen, de Odyssee), nu ook niet altijd zo subtiel.

Het is misschien gewoon te koud voor mij, in de wereld van Laxness.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…