Doorgaan naar hoofdcontent

Halldor Laxness. Independent people. London: Random House, 2004 (1934-35)

Het leven in IJsland aan het begin van de twintigste eeuw, dat was een grote worsteling met de elementen en tussen de mensen onderling. En dan kwam ook de moderne tijd er tussendoor.

Hoe deden die knoestige mensen dat? Die mensen uit een stuk, die vergroeid waren met hun stukje grond, die door enorme ijselijke omstandigheden op zoek gingen naar een schaap dat verdwaald was? Die niet van praten hielden maar wel degelijk wat voelden?

Ik ben denk ik wel honderd keer opnieuw begonnen in Independent people van de Nobelprijswinnaar Halldor Laxness. Ik heb het jaren geleden gekocht omdat het nu eenmaal op de lijst met de beste honderd boeken aller tijden stond die ik nog steeds moet aflezen. En ik wilde het lezen, maar kwam steeds niet door het mythologische deel heen.

Tot ik dan tijdens deze kerstvakantie de tanden op elkaar zette en eindelijk aanbelandde in het deel dat speelt in onze huidige tijd (en dat begint op ongeveer een tiende van het boek). Ha, echte mensen! Maar eerlijk gezegd vond ik het ook hier allemaal teveel naar aarde en zand ruiken, en de heroiek van de boer die strijd voor zijn onafhankelijkheid.

Het is vast zo gegaan, er zijn vast zulke mannen geweest: grote klompen ijs waarbinnen heel diep toch een soort hart groeide. (Vrouwen zijn in Independent people helemaal onbegrijpelijke, licht hysterische en onbetrouwbare wezens.) Waarom kan ik daar dan niet een grote roman over lezen?

Ik kan zelfs zien dat het een meesterwerk is: in deze vertaling glanzen de zinnen, de schrijver weet steeds allerlei mooie details naar boven te halen. Bovendien is de psychologie van sommige andere van de beste honderd boeken aller tijden (laten we zeggen, de Odyssee), nu ook niet altijd zo subtiel.

Het is misschien gewoon te koud voor mij, in de wereld van Laxness.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…