Doorgaan naar hoofdcontent

Paul Levrie en Rudi Penne. De pracht van priemgetallen. Amsterdam: Prometheus, 2014.

Priemgetallen zijn mijn favoriete onderwerp aller tijden. Het is dat je om ze je leven lang te mogen bestuderen eerst nog allerlei andere onderwerpen moet bestuderen, anders was ik nooit taalkundige geworden.

Waarom ik een boek koop dat De pracht van priemgetallen heet, hoef ik dus niet uit te leggen. Ik heb het ook braaf uitgelezen, al was dat gaandeweg wel met steeds meer tegenzin. Pas op het eind werd dat beloond.

Wat mij betreft is De pracht een voorbeeld hoe het niet moet, populariseren. Er zit weinig duidelijke lijn in. De auteurs vergeten net iets te vaak écht uit te leggen wat er nu interessant is aan die priemgetallen. Het boek zit te vol flauwe grapjes:
Dat sommige wiskundigen vullen met het opsporen van priemgaten (...) lijkt op het eerste gezicht de wereldvreemdheid van het vak wiskunde te bevestigen. Op het tweede gezicht ook.
Het boek bestaat feitelijk uit allerlei korte stukjes, waar meestal iets wordt verteld over het leven van een bepaalde wiskundige en dan iets over wat die wiskundige tijdens dat leven aan wiskundigs ontdekte. Ik neem aan dat die levens erbij zijn gehaald om de zaak te verlevendigen. Omdat ze niet erg geanimeerd geschreven zijn, leiden ze echter eerder af.

Pas helemaal op het eind, in het allerlaatste stukje komt het weer een beetje goed als de auteurs een aantal onopgeloste raadsels bespreken; zoals het vermoeden dat ieder even getal als de som van twee priemgetallen geschreven kan worden. Hoe is dat mogelijk? De voelbare eigen verbazing van de auteurs, die brengt de vraag pas echt tot leven.

Wat jammer dat ze dat middel niet wat vaker hebben ingezet.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…