Doorgaan naar hoofdcontent

Paul Levrie en Rudi Penne. De pracht van priemgetallen. Amsterdam: Prometheus, 2014.

Priemgetallen zijn mijn favoriete onderwerp aller tijden. Het is dat je om ze je leven lang te mogen bestuderen eerst nog allerlei andere onderwerpen moet bestuderen, anders was ik nooit taalkundige geworden.

Waarom ik een boek koop dat De pracht van priemgetallen heet, hoef ik dus niet uit te leggen. Ik heb het ook braaf uitgelezen, al was dat gaandeweg wel met steeds meer tegenzin. Pas op het eind werd dat beloond.

Wat mij betreft is De pracht een voorbeeld hoe het niet moet, populariseren. Er zit weinig duidelijke lijn in. De auteurs vergeten net iets te vaak écht uit te leggen wat er nu interessant is aan die priemgetallen. Het boek zit te vol flauwe grapjes:
Dat sommige wiskundigen vullen met het opsporen van priemgaten (...) lijkt op het eerste gezicht de wereldvreemdheid van het vak wiskunde te bevestigen. Op het tweede gezicht ook.
Het boek bestaat feitelijk uit allerlei korte stukjes, waar meestal iets wordt verteld over het leven van een bepaalde wiskundige en dan iets over wat die wiskundige tijdens dat leven aan wiskundigs ontdekte. Ik neem aan dat die levens erbij zijn gehaald om de zaak te verlevendigen. Omdat ze niet erg geanimeerd geschreven zijn, leiden ze echter eerder af.

Pas helemaal op het eind, in het allerlaatste stukje komt het weer een beetje goed als de auteurs een aantal onopgeloste raadsels bespreken; zoals het vermoeden dat ieder even getal als de som van twee priemgetallen geschreven kan worden. Hoe is dat mogelijk? De voelbare eigen verbazing van de auteurs, die brengt de vraag pas echt tot leven.

Wat jammer dat ze dat middel niet wat vaker hebben ingezet.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …