Doorgaan naar hoofdcontent

A.F.Th. van der Heijden. Uitverkoren. Amsterdam: De Bezige Bij, 2014.

"De commerciële koers die literaire uitgeverijen zijn gaan varen," zegt A.F.Th. van der Heijden in een in dit boek opgenomen interview, "hangt natuurlijk ook samen met de luidkeels geuite eisen van het huidige lezerspubliek. De mensen zijn mondiger geworden. Ze roepen om 'direct aansprekend' leesvoer." Verderop in het boek wijst hij er herhaaldelijk op dat hij schrijft om lezers te hebben, ze iets beters wil geven dan 'literaire thrillers'.

Een cynicus zou zeggen dat Van der Heijden met dit boek aan die roep voldoet. Het omslag meldt dat we hier te maken hebben met een 'noodzakelijk zusterboek' bij Tonio ('de requiemroman die al zovelen wist te raken'), maar feitelijk bestaat het uit niet meer dan een fragment dat de grote zuster niet haalde, een zestal interviews – die de schrijver weliswaar schriftelijk aflegde – en de toespraak die Van der Heijden hield toen hij de P.C. Hooftprijs aanvaardde.

Zoiets mag toch niet een 'zusterboek' heten bij een van de grote Nederlandse romans van deze eeuw.

Toch is Uitverkoren wel een interessant boek voor wie geïnteresseerd is in het schrijversschap van Van der Heijden. Herhaaldelijk komt bijvoorbeeld de relatie met Harry Mulisch aan de orde, over wie Van der Heijden ook buitengewoon vriendelijke en warme dingen zegt. Nu stammen de interviews uit 2011 en was Mulisch dus net overleden – logisch dat die interviewers ernaar vragen.

Maar Van der Heijden is ook de beste vertegenwoordiger van een Nederlandse traditie waar Mulisch ook in stond: die van de magische betekeniszoekers, degenen die met hun werk proberen verbanden aan te brengen (of: op te sporen) in de werkelijkheid die de chaos bezweert. Het is wat hun werk aantrekkelijk maakt: de bewondering voor wat de magiër allemaal kan, het genieten van de zin die de wereld even krijgt.

De dood van een kind, het meest zinloze dat er kan geboren, is natuurlijk een enorme krachtproef. De magiër kan het kind niet tot leven brengen, het leven dreigt echt alle zin te verliezen. Het lijkt Van der Heijden te lukken, de teksten in dit boek zijn er een nieuw en bescheiden teken van. We hopen dat het hem lukt, dat hij niet alleen maar dit soort direct aansprekende 'zusterboeken' schrijft, maar inderdaad nog menige sterke roman.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …