Doorgaan naar hoofdcontent

Doeschka Meijsing. Over de liefde. Amsterdam: Querido, 2007

Over de liefde is het verhaal van een vrouw die voor de derde keer in haar leven door een geliefde verlaten wordt na een langere relatie; een vrouw die ook haar vader verliest, en die op een onverwachte manier in contact komt met de lerares op wie ze als tienermeisje heimelijk verliefd was. Het is een mijmering, een lange, mooie, melancholieke mijmering over de liefde. Allerlei vormen van liefde komen er in aan de orde – de homoseksuele en de heteroseksuele, die voor je familie en die voor je vrienden, die van het kind en die van de rijpere mens –, worden met elkaar vergeleken. Het is een boek als een mooie dag in de vroege herfst, met een zon die al wat lager komt te staan en een gevoel dat treurig is en daardoor prettig. Over de liefde is een onvergetelijk boek.

Doeschka Meijsing was misschien wel de eerste literaire auteur van wie ik zelf een boek had: een uitgave van Robinson, als Salamander. Hoe kwam ik eraan? Ik weet het niet meer. Ik wist niet zo goed wat ik met het boek aanmoest, geloof ik. Ik denk dat ik het voor het eerst las toen ik zestien was en een paar jaar later nog een keer, toen ik inmiddels al Nederlands studeerde. En nog steeds niet wist wat ik met het boek aanmoest.

Dat was geen goed begin voor een relatie, en ik heb sindsdien nooit meer iets van haar gelezen. Nu kwam ik min of meer bij toeval met dit boek in aanraking, nu de schrijfster ineens dood is. Ik wist dat Over de liefde heel goede recensies had gekregen, dat het door veel critici als haar beste boek ooit was beschouwd, dus ik wilde het wel weer eens proberen en werd warempel meteen meegesleept.

Wat is het mensenleven toch een eindeloos getob, wat zijn de mensen toch allemaal aan het worstelen. Een heleboel proberen het heus wel goed, maar het lukt allemaal niet. Een van de hoofdlijnen is het verhaal van de laatste verloren liefde van de vertelster, met Julia, de veertien jaar jongere actieve, slimme, intelligente Julia, die na twaalf jaar ineens verliefd bleek te zijn geworden op een man, een getrouwde man die niet van zijn vrouw weg wil. En Julia wil op een bepaalde manier ook niet van haar vrouw weg: ze blijft voor Pip zorgen als deze een ongeluk gekregen heeft.

Ah, die diepe, mooie treurnis om wat er allemaal niet kan.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …