Doorgaan naar hoofdcontent

Fik Meijer. Paulus. Een leven tussen Jeruzalem en Rome. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2013 (2012).

De apostel Paulus kan geloof ik buiten de kerk op weinig sympathie rekenen. Waar menig niet-christen nog wel zou erkennen dat Jezus van Nazareth een interessante, komaan, zelfs een inspirerende figuur was, zou je dat over Paulus niet durven zeggen. Paulus was een gelijkhebber, een drammer, iemand die voor onze tijd nare dingen zei over vrouwen en homoseksuelen, iemand die van de anarchistische beweging van Jezus een kerk maakte.

Ik wist weinig over Paulus, en om daar verandering in aan te brengen heb ik dit boek gelezen.

Fik Meijer is een oudheidkundige die in dit boek eigenlijk niet veel meer doet dan de Handelingen der Apostelen in zijn eigen woorden navertellen, met af en toe een verwijzing naar de brieven van Paulus, en nog zeldzamer naar andere bronnen. De voornaamste toevoeging zijn soms wel wat erg lange beschrijvingen van allerlei plaatsen waar Paulus is geweest, inclusief van hoe die plaatsen er nu uitzien. Paulus is vooral een reisgids voor wie om de een of andere reden in Paulus' voetsporen zou willen treden.

Aan de andere kant komt het geloofsleven van Paulus er bekaaid van af. Meijer gelooft er niet zo in, lijkt het wel; ik bedoel, niet alleen is hij zelf geen christen (dat ben ik ook niet), maar het lijkt wel alsof hij ook niet echt gelooft dat Paulus geloofde. Hij schildert hem vooral af als een tacticus en een organisator, iemand die bepaalde beslissingen om strategische redenen neemt. In de wonderen die Paulus overkwamen gelooft hij niet, en hij gaat er ook zonder meer van uit dat Paulus er zelf ook niet in geloofd kan hebben. Dat levert wel een merkwaardig beeld op, want waarom Paulus dan tientallen jaren onder de moeilijkste omstandigheden van hot naar haar was gereisd, blijft onduidelijk. Voor de eer? Maar dat was toch alleen maar eer in een betrekkelijk kleine, en vervolgde groep. Dat zijn brieven gecanoniseerd zouden worden, kon hij niet weten. Wanneer hij een farizeeër was gebleven, had hij op een eenvoudiger manier minstens evenveel eer kunnen behalen, stel ik me voor.

Tegelijkertijd neemt Meijer Paulus af en toe in bescherming tegen al te heftige kritiek. Die passages over vrouwen, die waren misschien niet voor alle eeuwigheid bedoeld, maar alleen om een bepaald praktisch probleem op te lossen. Verder had Paulus juist veel waardering voor de eerste vrouwelijke christenen. En trouwens, die passages zijn er misschien wel later ingevoegd. Ook hier heeft Meijer soms de neiging om de dingen die hij niet gelooft, eenvoudig terzijde te schuiven, zonder heel diep op de argumentatie in te gaan.

Het is wel een interessant boek, omdat de Handelingen vaardig worden naverteld en soms in historische contekst worden geplaatst. Maar er komt ook wel een vreemd beeld uit naar voren, van een man zonder veel ideologie die als een bezetene naar allerlei verafgelegen steden trok om daar ruzie te maken met joden én heidenen zodat hij geregeld in de problemen kwam. Een man die zelf vast niet had gewild dat zijn brieven tot de Heilige Schrift zouden worden, hoewel hij er geen moeilijkheden mee had om zich met Jezus te vergelijken.

Een merkwaardige man over wie we te weinig weten en die nu de aanleiding is voor een reisgids.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …