Doorgaan naar hoofdcontent

J.J. Abrams en Doug Dorst. S. Canongate, 2013.

S. is waarschijnlijk het wonderlijkste én het meest vernuftig geconstrueerde boek dat ik ooit in handen heb gehad. Het bestaat uit een kartonnen doosje, waarin een bibliotheekexemplaar zit van het boek Ship of Theseus van een zekere V.M. Straka. (Op het omslag zit een stickertje van de bibliotheek, in de binnenkant staat een lijst met stempeltjes wanneer de mensen die het leenden het moesten terugbrengen.) In het exemplaar staan, in verschillende kleuren geschreven, allerlei commentaren van twee literatuurstudenten, Jen en Eric, die op deze manier met elkaar corresponderen (ze zetten het boek steeds terug zodat de ander het kan ophalen). In het boek gestoken zitten allerlei briefjes, ansichtkaarten, een op een servet getekende kaart van de campus van de universiteit, enzovoort.

Er lopen dan ook duizelingwekkend veel verhalen door mekaar heen. Er is dat boek van Straka, dat je op zich kan lezen en dan een wat wonderlijk avonturenverhaal vertelt over een man, S., die aan geheugenverlies lijdt en met een groepje anderen allerlei avonturen beleeft, waarvan je je de hele tijd moet afvragen wat er nu eigenlijk waar is, wat er S. op de mouw gespeld wordt, wat hij zelf S. op de mouw spelt. Maar dan is er een voorwoord en zijn er voetnoten, van een zekere F.X. Caldeira, die beweert dat hij (en later ontdek je: misschien zij) met Straka heeft samengewerkt en zijn boeken in allerlei talen heeft vertaald; en dat hij de laatste was die Straka in levende lijve zou zien, in Havana, om over dit boek te praten, en dat het zover niet kwam doordat Straka stierf. Zodat je vervolgens het boek van Straka kunt lezen om meer te weten te komen over deze revolutionaire persoonlijkheid en de manier waarop hij mogelijk om het leven kwam.

En dan zijn er de verhalen van Jen en Eric. De laatste wilde een proefschrift schrijven over Straka, onthullen wie hij nu eigenlijk was – want daarover zijn allerlei theorieën – voordat hij ruzie kreeg met zijn naaste collega en met zijn promotor omdat deze een geluidsopname van Eric had gestolen, een interview met een van de mogelijke Straka-kandidaten; en toen van het project is gehaald. Het exemplaar van het boek blijkt van Eric, er staan opmerkingen in de kantlijn waarvan hij beweert dat hij die als zestienjarige schreef. Die beweringen doet hij dan tegen Jen, een bachelorstudente die niet goed weet wat ze met haar leven aanmoet en gaandeweg wordt gegrepen door de mysteriën: wie was die Straka nu echt? En Caldeira? En probeerde Caldeira met de voetnoten in haar tekst iets aan Straka duidelijk te maken? Was die misschien niet echt dood?

S. is een soort papieren computerspel, waar de lezer eindeloos moet puzzelen op allerlei niveaus tegelijk. Het ziet er heel reëel uit – je hebt echt een bibliotheekboek in handen waar van alles in geschreven staat en overal briefjes uitsteken – en je bent de hele tijd op allerlei niveaus aan het lezen. Tegelijkertijd zit het boek vol met allerlei literaire verwijzingen naar (vooral) de Amerikaanse literatuur. Het puzzelen van de nerd en dat van de literaire criticus vloeit in elkaar over in dit boek.

Het wordt óók een eerbetoon aan het gedrukte boek genoemd: er schijnt een iPad-versie van te bestaan, maar die lijkt me inderdaad een stuk minder aantrekkelijk. Je moet echt het object in handen hebben. Tegelijkertijd is er ook op internet minstens één website te vinden die onderdeel is van het boek; en de schrijver Dorst heeft kennelijk via Twitter ook een oude recensie van het boek van Straka rondgestuurd. En de studenten hebben zelf ook Twitter-accounts (Eric, Jen)

Er zijn daarmee bijna geen grenzen aan de ingewikkeldheid: het boek strekt zich uit over de hele werkelijkheid, en alle niveaus van het verhaal hebben met elkaar te maken (er is de suggestie dat S de naam was van een collectief van revolutionaire schrijvers, en dat The Ship of Theseus gaat over de leden van dat collectief; en dat Erics hoogleraar misschien met een nieuwe instantie van dat collectief te maken heeft).

Het lijkt me een boek dat iedereen die van boeken én iedereen die van pluizen houdt zou willen hebben.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …