Doorgaan naar hoofdcontent

Pieter Waterdrinker. De correspondent. Amsterdam: Prometheus, 2014.

Wanneer er in New York een blaadje van een boom valt, opent het Nederlandse 8-uurjournaal ermee. Van iedere gebeurtenis van enige omvang wordt uitgebreid verslag uitgebracht. Onlangs werd live verslag gedaan van de herdenkingsdienst voor slachtoffers van de aanslag bij de marathon in Boston. Live! Van een herdenkingsdienst!

De rest van de wereld laat de mensen koud. Hoeveel lezen we over de bizarre, rijke wereld in het moderne Rusland? Hoeveel weten we over dat land?

Pieter Waterdrinker woont al achttien jaar in dat land en doet in dit boek verslag van zijn belevenissen als correspondent voor verschillende Nederlandse media (die nooit met name genoemd worden). Het gaat daarbij meestal om de verhalen achter de krantenverslagen. Er is bijvoorbeeld een humoristisch verslag hoe hij met een winegums etende Duitse stagiaire in een taxi probeert Tbilisi te bereiken wanneer de spanningen tussen Rusland en Georgië zijn opgelopen, en een absurd detectiveverhaal waarin hij probeert te achterhalen wat er gebeurd is met een Nederlandse orgelbouwer van wie het lijk is teruggevonden in Kazan.

Je krijgt zo een zeldzaam levendig beeld van Rusland – van de chaos die er soms heerst, van de ongelijkheid, de onrechtvaardigheid, en tegelijkertijd van de aan liefde grenzende fascinatie die ervan uit kan gaan.

Waterdrinker beschouwt zichzelf vooral als romanschrijver. Hij doet zijn werk als correspondent naar eigen zeggen vooral omdat hij van zijn fictie niet leven kan. Nu moet ik toegeven dat ik zijn fictie niet ken – aan het eind van het boek staan een paar verhalen; die beschouw ik niet als het hoogtepunt van De correspondent, maar dat is natuurlijk ook maar een kleine proeve – maar volgens mij kan hij heel veel van zijn talent kwijt in het soort nonfictie-verhalen dat hij hier schrijft. Het boek staat vol rake observaties, mooie zinnen en overtuigende alinea's. Wat wil je nog meer?

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …