Doorgaan naar hoofdcontent

David Hume. An Enquiry Concerning Human Understanding. 1748.

Wat kun je weten? Wat kun je zeker weten? Ach. Ik dacht te weten dat David Hume nu niet echt een filosoof voor mij was. Ik ben herhaaldelijk in Edinburgh geweest, ik heb er zijn beeld gezien. Ik vond het beeld lelijke en dacht dat Hume een wat minderwaardige zoon van die stad was: een empirist! Iemand die denkt dat we alleen de dingen kunnen weten door zintuiglijke waarneming! De vader van het meten is weten-achtige denken. Een domkop.

Maar de laatste tijd hoorde ik toevallig verschillende mensen heel positief praten over Hume. En dus besloot ik zijn korte, min of meer populariserende boek An Enquiry Concerning Human Understanding te lezen. Ik werd erdoor overweldigend, ik heb me al die jaren vergist.

Vrijwel aan het begin van zijn Enquiry grijpt Hume me meteen beet. Hij wijst erop dat een rechtstreekse ervaring altijd veel levendiger is dan bijvoorbeeld een herinnering aan die ervaring, of een voorstelling ervan. Ik kan me herinneren dat ik kiespijn had, maar zo heftig als die kiespijn kan ik die herinnering niet maken. Ik kan ontroerd raken door het verhaal over iemand die zijn vrouw verliest, maar hoe goed geschreven dat boek ook is, zo ontroerd raak ik nooit.

Het laat natuurlijk niet zien dat de rechtstreekse ervaring nu meteen de werkelijke waarheid ongefilterd doorgeeft. Maar wel dat hij altijd beter doorvoeld is dan wat je kunt bedenken. Zo zit het boek vol kleine, sprekende voorbeelden.

Wat ook fijn is: dat het boek je uitnodigt om Hume steeds tegen te spreken, het niet met hem eens te zijn. Hier wordt geen gesloten systeem gepresenteerd, hier wordt een essay geschreven, waar zelfs een eenvoudige geest als de mijne enkele eeuwen later van kan menen dat hij er nog aan bij kan dragen.

Hume zegt bijvoorbeeld dat je nooit in wonderen moet geloven, omdat de kans dat degene die je het wonder vertelt liegt altijd veel groter is dan de kans dat zo'n wonder is gebeurd. En van twee onwaarschijnlijke scenario's moet je altijd de minst onwaarschijnlijke nemen. De vraag is echter hoe je aan die waarschijnlijkheidsrekening komt, zeker in het geval van wonderen. Hoe kun je bepalen hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk een gebeurtenis is waarvan je maar één voorbeeld kent? (Is iedere gebeurtenis niet in zekere zin uniek en nooit eerder voorgekomen? Ik heb deze zin bijvoorbeeld nog nooit eerder opgeschreven: een wonder?)

Wat goed dat die mensen de laatste tijd zo positief spraken tegen mij over Hume. Nu heb ik mezelf weer een beetje kunnen uitbreiden. De volgende keer dat ik in Edinburgh ben, ga ik even naar zijn standpunt kijken: dat is vast prachtig.


Downloaden van Gutenberg

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…