Doorgaan naar hoofdcontent

Harry Mulisch. De aanslag. De Bezige Bij, 2007 (1982)

Het is maar minder dan drie jaar geleden dat ik De aanslag voor het laatst gelezen heb (ik schreef er hier over), maar het stond nu als luisterboek in de luisterbieb-app van de bibliotheek, dus ik luisterde er nog een keer naar.

En hoorde weer iets heel anders dan de vorige keer, kennelijk. Waar ik toen erg onder de indruk was van de literaire trucs die de schrijver uithaalt, viel me deze keer vooral een nogal uitgebreide passage op waarin Anton nadenkt over de vraag wat de relatie precies is tussen de verzetstrijdster Truus Coster met wie hij een nacht in een cel heeft gezeten nadat zij een collaborateur bij hem thuis had doodgeschoten, waardoor Antons familie bij wijze van represaille is vermoord, en zijn vrouw Saskia. Hij merkt ineens dat Truus lijkt op Saskia, of Saskia op Truus. Heeft hij in zijn vrouw onbewust Truus gezocht? Maar hij had Truus door het donker helemaal niet gezien! Saskia lijkt dus alleen maar op het beeld dat hij van Truus had.

Nu was Truus ook nog weer de geliefde van de verzetsstrijder die Anton later ontmoet. Die man, Cor Takes, was verliefd op haar, terwijl hij eigenlijk getrouwd was en heeft haar, na haar executie en na de oorlog, nooit kunnen loslaten. De oorlog was voor hem de periode waarin hij gelukkig was met Truus.

Wat betekent dat? En wat betekent het dat Anton later alsnog van Saskia scheidt en met Liesbeth trouwt? Hij is een rare, gevoelsarme man, en vooral met vrouwen kan hij – zoals veel van Mulisch' personages – niet overweg. Je kunt hem daarover berispen, je kunt de male chauvinist pig in Mulish erin zien. Maar in die lange passage, die zoektocht naar begrip hoe het nu eigenlijk zit, of hij Saskia niet verraadt met Truus of Truus met Saskia, zit ook iets wanhopigs, iets van een man die wel liefde wil voelen voor vrouwen maar dat niet kan – die zich natuurlijk nooit zal binden, nooit zal veilig voelen omdat hij helemaal aan het begin in een vredig, gebonden, veilig tafereeltje zat dat door de aanslag uiteengereten is.

Intussen is De aanslag toch wel een juweeltje, alles bij elkaar waarschijnlijk Mulish' onvergankelijkste boek, wie weet het enige boek waardoor hij écht herinnerd gaat worden. Je kunt het tal van keren lezen en er iedere keer wat anders in zien.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…