Doorgaan naar hoofdcontent

Giovanni Boccaccio. Decamerone. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009 (1353)

Vertaald door Frans Denissen

Decamerone betekent 'tien dagen'. Ik heb er vijf jaar over gedaan om dit boek te lezen. Nu heb ik tussendoor weliswaar ook andere boeken gelezen, maar dit boek was in die tijd altijd wel in de buurt. Ik ga het nog missen – of niet, want ik houd het natuurlijk gewoon op mijn telefoon.

Ik ben begonnen in een Duitse vertaling die ik nu ik dit schrijf niet bij de hand heb, maar ben op een bepaald moment overgestapt op het origineel in combinatie met de bijzonder prettige vertaling van Frans Denissen. Dat ik niet opschoot, was niet omdat het boek zo moeilijk is, of zo saai, of me tegenstaat. Integendeel, met de honderd verhalen die het boek telt – elke dag worden er tien verteld door een groep vrouwen en mannen die zich hebben teruggetrokken uit het door de pest getroffen Florence – wordt je langzaam een wereld ingetrokken: een wereld van de veertiende eeuw waarin totale hemele ordening van de wereld die Dante niet veel eerder had bezongen in zijn Divina commedia, ineens ten onder leek te gaan in smerige aardse chaos.

Decamerone beschrijft die chaos, en hoe we er maar het beste van moeten proberen te maken met mekaar, door er verhalen over te vertellen en te lachen.

De verhalen zijn vooral bont. Veel intimiteit kennen de personages niet, zelfs niet als ze getrouwd zijn of om een andere reden met elkaar in bed liggen; emotioneel komen ze elkaar ook dan niet nader. Ze bakken elkaar een poets, of ze zijn grootmoedig tegenover elkaar, ze worden gedreven door een enorme lust voor de ander, of door een enorme afkeer. Maar uiteindelijk is iedereen alleen. Als de mensen te dicht op elkaar komen besmetten ze elkaar mogelijk met de pest.

Over de hoofdpersonen in de raamvertelling, de vertellers van de eigenlijke verhalen, kom je als lezer eigenlijk niets te weten, behalve hun namen en dat ze dus die verhalen vertellen.

Iedereen vertelt vrolijke verhalen, maar iedereen blijft op afstand. Een God is er ook al nauwelijks in deze verhalen, al wordt hij af en toe aangeroepen. Er heerst hier binnen grote vrolijkheid, maar daarbuiten heerst grote ellende. Je voelt op iedere bladzijde van dit boek, dat toch vooral bekend staat als een vrolijke verzameling middeleeuwse verhalen, de wanhoop.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…