Doorgaan naar hoofdcontent

Johan Huizinga. Herfsttij der middeleeuwen. Gutenberg, 2005 (2014)

Ik heb iets gedaan dat sommige mensen gruwelijk vinden: de Gutenberg-versie van Herfsttij der middeleeuwen gelezen op mijn e-reader. De schrijver Marcel Möring schreef laatst nog afkeurende woorden over de gebrekkige verzorging van die e-boeken: wat een barbarij! Hoe kan iemand zoiets lezen, met al die rare afbrekingen, die pagina's die er zo raar uitzien!

Mij interesseert het niet of nauwelijks. Ik heb de Herfsttij zelfs ook op papier, maar de elektronische versie was nu even handiger: ik las het boek terwijl ik op reis was. En ik ben na "Het is meestal de oorsprong van het nieuwe, wat onze geest in het verleden zoekt", de eerste zin van het 'voorbericht', al vergeten dat ik naar een klein grijs schermpje met iets donkergrijzer Times New Roman zit te kijken.

De zinnen van Huizinga – die roepen inmiddels meerdere lagen van historisch besef op. Daar is de oorspronkelijke laag, die je nog steeds magistraal de Bourgondische veertiende en vijftiende eeuw in voert, toen alle 'levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu' hadden. Die eerste zin van het eigenlijke werk wordt bovendien meesterlijk uitgewerkt: bijna iedere zin die volgt in dit toch best dikke boek is er een uitwerking van. Huizinga geeft een interpretatie van de tijd die hij beschrijft, en wel een heel dwingende. Talloze argumenten worden er aangedragen zodat je (ik weet niks van geschiedenis, dus let op) geneigd bent om te denken dat iedere historicus die het nu zou wagen te beweren dat "het allemaal wel wat genuanceerder ligt" (zulke historici zijn er vast) met groot wantrouwen te bezien.

En dan is er ten slotte een taalmelancholie: ach, de tijd dat een intellectueel die géén romans schreef nog wel zulke kathedralen van zinnen kon bouwen, zo schijnbaar achteloos zoveel virtuositeit aan de dag legde: niks korte zinnen of korte alinea's omdat de lezer je anders niet volgt! Bedt gerust een bijzin in een bijzin in, die je zelf weer inbedt in een bijzin.

Heerlijk, heerlijk. Hoe je dan nog kunt letten op de boekverzorging is mij – barbaar die ik ben – een raadsel.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…