Doorgaan naar hoofdcontent

Seneca. De lengte van het leven. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2012 (ca. 50n.Chr.)

Vertaling: Vincent Hunink
Een jachtig leven, almaar druk met van alles en nog wat, werk, pleziertjes – Seneca moest er niets van hebben. Beter kon je je tijd besteden met jezelf, met een contemplatief leven, met denken over de grote vragen van het leven.
De mensen klaagden wel dat het leven zo kort was, maar daarin hadden ze ongelijk. Het leven was precies lang genoeg, als je het maar niet vermorste aan allerlei onzin, zoals een politieke carriere enerzijds, of drank en seks anderzijds. Wie het leven werkelijk leefde, was in contact met zijn eigen verleden en het verleden van de mensheid – en had dus tijd genoeg.
Ja, ja.
Het merkwaardige is dat Seneca eigenlijk nergens argumenten geeft waarom dat eigenlijk nodig is, 'werkelijk leven'. Oké, hij heeft wat anekdotes over mensen die een leven lang druk bezig zijn geweest en aan het eind van hun leven spijt hadden dat ze dat leven hadden vermorst. Maar wat zegt dat? Hoeveel mensen staan daartegenover die probeerden te contempleren maar daar uiteindelijk spijt van kregen omdat ze liever toch iets meer macht of aanzin hadden gekregen, of op zijn minst gewoon wat te doen?
Het enige echte argument dat Seneca uiteindelijk lijkt te geven is dat het leven in contemplatie zoveel prettiger is. De mens voelt zich uiteindelijk alleen fijn wanneer hij tijd voor zichzelf heeft en minder voor wat anderen allemaal van hem willen. Maar is het uiteindelijke doel dan dat de mens zich fijn voelt? Ook hier verwaardigt de grote Romeinse denker zich niet zelfs maar het begin van een antwoord te geven.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …