Doorgaan naar hoofdcontent

Peter Middendorp. Vertrouwd voordelig. Amsterdam: Prometheus, 2014.

Ik heb nu drie boeken van Peter Middendorp gelezen, en ik ben bang dat het allemaal op een misverstand berust. De eerste alinea van zijn eerste boek (ik citeerde hem hier) leek veelbelovend, maar is tot nu toe nog steeds het hoogtepunt. Ik dacht dat hij beter tot zijn recht zou komen als non-fictieschrijver, en dat deed hij ook een tijdje met verve.

Maar helaas wil hij toch romans schrijven.

Ik weet niet of een boek ooit mislukt kan zijn, maar wat mij betreft is Middendorps nieuwste roman, Vertrouwd volledig in ieder geval niet voor mij geschreven. Het verhaal behelst een lange 'afrekening' met de bekrompenheid en kneuterigheid van, godbetert, Emmen, net als Middendorps eerste boek. Ik ben nog nooit in Emmen geweest. Ik wil graag aannemen dat het centrum van Emmen, en met name de Blokker van Emmen, heel erg is, vooral voor zeventienjarige jongens, en hun overburen. Maar ik hoef daar niet met alle geweld een boek over te lezen. Als ik behoefte aan grapjes over meisjes die drieëntwintig polo's over elkaar dragen, of aan scheldpartijen op 'winterjacks', ging ik wel naar theatervoorstellingen van Youp van 't Hek.

En daar krijg je mij met geen stok naar toe.

De stijl van Middendorp is af en toe lamlendig ("Maar Alle en ik – ik wist het niet"), en berust op andere plaatsen wel erg zwaar op het soort slapstickproza dat Arnon Grunberg in Blauwe maandagen gebruikte (dat qua thematiek ook dicht tegen Vertrouwd voordelig aanligt: een puberjongen wordt van school gegooid en ligt overhoop met zijn ouders).

Mensen met dorp in hun naam moet je een kans geven, vind ik. Maar ik ga helaas geen boeken van Middendorp meer lezen; tenzij hij zich alsnog definitief op de non-fictie gooit.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …