Doorgaan naar hoofdcontent

Esther Gerritsen. Roxy. Breda: De Geus

Roxy is Esther Gerritsens doorbraak bij mij. Enkele jaren geleden moet ik haar naam hebben zien voorbijkomen, in een recensie misschien, of een overzicht van nieuwe schrijvers. Ik heb weleens een interview met haar gehoord, ik heb ook weleens met een boek van haar in handen gestaan. Maar iets gelezen van haar heb ik geloof ik nooit.

Onlangs las ik ergens dat ze een van de belangrijkste schrijvers van haar generatie was, en ook een interview met haar. Dus heb ik Roxy gekocht en ben erdoor overrompeld.

Roxy is het verhaal van een vrouw die op een dag te horen krijgt dat haar man is doodgereden terwijl hij naakt in de armen van zijn minnares lag. Tot die tijd was die man haar burcht. Roxy had ooit een rauw boek geschreven waarin ze afrekende met haar Brabantse ouders, was tijdens een interview de succesvolle producer Arthur tegengekomen en had op zolder in hun huis nog twee veel te geconstrueerde romans geschreven. Nu ze ineens weduwe is van een man die haar blijkt te hebben bedrogen, slaat ze los.

Maar dat is allemaal niet wat indruk op me maakte. Het verhaal is nog wat ingewikkelder dan dat, maar het gaat niet om dat verhaal. Het gaat ook niet om de stijl en de taal, al zitten die nergens in de weg — dat is al heel wat. Het gaat om de psychologie, om de complexiteit van Roxy die je daar ineens in alle subtiele onbegrijpelijkheid krijgt voorgeschoteld: ze is een beetje gek, ze is een beetje onaardig, ze is een beetje onverantwoordelijk, maar je begrijpt het allemaal, nog nooit is zo overtuigend beschreven waarom iemand een weiland in loopt en daar een aantal schapen op hun rug legt. Daar komt dan een bijna Tolstojaanse aandacht bij voor alle bijpersonages: hoe klein hun rol ook is, ze zijn zonder uitzondering echt mensen.

Ik ben verkocht. Wat fijn dat Gerritsen al een hele carrière heeft opgebouwd. Zo kan ik veel meer van haar lezen.

 

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…