Doorgaan naar hoofdcontent

Gustaaf Peek. Godin, held. Amsterdam: Van Oorschot, 2014.

Iedereen die iets over Godin, held wil zeggen, zal eerst twee dingen moeten vermelden: dat het boek begint bij hoofdstuk 50 en eindigt bij hoofdstuk 0 en dus achterwaarts verteld wordt – althans, binnen ieder hoofdstuk verloopt de pijl van de tijd wel normaal, maar bij de overgang van het ene naar het andere maak je telkens even een sprongetje; en dat er heel veel erecties en vulva's in voorkomen.

Dat laatste was voor sommige recensenten een bezwaar, maar het eerste wordt geloof ik door iedereen geaccepteerd. Het is misschien vooral ook de combinatie van die twee elementen die het boek bijzonder maken, een genre apart. Een verhaal zo achterstevoren in de tijd lezen, vraagt nogal wat van je lezer; je moet je geheugen heel anders inrichten, omdat je niet onthoudt wat er al gebeurd is maar wat er nog gebeuren gaat. Daar is zo'n geheugen nu eenmaal niet zo op ingericht. En boeken met veel zo expliciete seks vragen meestal juist maar heel weinig van het geheugen.

Ik geloof dat de twee elementen ook op een andere manier met elkaar te maken hebben. De seks is altijd hetzelfde, op het eentonige af. Ik geloof ook niet dat het Peeks bedoeling is om de lezer te prikkelen met al dat gelik en gepijp. Je wordt juist getroffen door de eenvormigheid: Marius en Tessa blijven elkaar maar op dezelfde manier bespringen, of ze nu 20 zijn of 50. Seks is iets wat zich alleen maar in het nu afspeelt: er zijn geen toekomst en verleden. Het maakt kortom niet uit of je het verhaal van voor naar achteren vertelt of andersom.

Maar voor andere aspecten maakt dat wel degelijk uit. Voor de stemming, bijvoorbeeld. Een leven van achter naar voren bezien leidt tot enorme, diepe melancholie. Het hele verhaal wordt doordrenkt door de dood, omdat die aan het begin komt in al zijn treurigheid en vergeefsheid. En wie aan het eind het begin van de affaire leest, weet hoe vergeefs al die jeugddromen zullen zijn. Het hele boek door weet je waar al dat gedroom en gesmacht naar leidt. Naar het graf.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…