Doorgaan naar hoofdcontent

Jona Lendering. Israël verdeeld. Hoe uit een klein koninkrijk twee wereldreligies ontstonden. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2014.

Als er ooit ergens een woelige periode moet zijn geweest, was het in Jeruzalem aan het begin van onze jaartelling. De joden waren onderling in allerlei theologisch dispuut, vooral over de interpretatie van de Torah, en over de plaats van het offer daarin. In het jaar 70 werd de Tempel door de Romeinen verwoest. En ondertussen liep er daar ook nog een zekere Jezus rond.

Jona Lendering heeft die tijd beschreven in een mooi boek – heel duidelijk, heel toegankelijk zonder populair te worden. Hij maakt daar ook wel een beetje een vertoon van, van dat niet populair worden en toch duidelijk zijn, doordat hij er een paar keer op wijst dat academische oudheidkundigen daarin tekort schieten; maar hij maakt het ook waar. Heel knap beschrijft hij als het ware het ontstaan van het Christendom bezien vanuit het Jodendom – hoe het voor zover we iets over Jezus kunnen weten een niet onlogische Joodse beweging was, en hoe vooral de politieke ontwikkelingen in de decennia erna ervoor zorgden dat het Christendom en het Jodendom elkaar verketterende godsdiensten waren.

Een interessant aspect daarvan is dat de Joden door de val van de Tempel meenden zich minder theologische vrijheid te kunnen veroorloven. Voor die tijd kon je van alles en nog wat doen en geloven en je toch nog Jood noemen; erna kregen met name bepaalde farizeese (op zich tamelijke gematigde) groepen het heft in handen en stelden binnen niet al te lange tijd het rabinaat in: de wetgeleerden die de leiding over de gemeenschap kregen. Mede daardoor was er geen plaats meer voor christelijke ideeën binnen het Jodendom – en de christenen weigerden zich te voegen. Daar bovenop kwam dan nog een keer dat de Romeinen de Joden wel als een wat apart soort godsdienst wilden accepteren – wat dan wel betekenden dat de Joden geen echte Romeinen waren – terwijl de christenen als bijgelovigen werden gezien, van wie aanpassing werd geëist, in ruil waarvoor ze dan wel mee mochten doen.

De ellende die deze breuklijn in de tweeduizend jaar erna zou veroorzaken, kon natuurlijk niemand voorzien. En achteraf kunnen we niet alle stapjes meer precies construeren, maar Lendering laat heel mooi zien wat we wél weten. En hoewel hij een paar keer verzucht hoe weinig we eigenlijk weten van die hele oudheid, komt hij toch een heel eind!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…