Doorgaan naar hoofdcontent

Jonas Jonasson. De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween. Amsterdam: Signatuur, 2011.

Het is een interessant fenomeen: er is een type boek dat over een lokaal iemand gaat die heel eigenzinnig en excentriek is en die op een licht surrealistische manier de hele wereld verandert. Salman Rushdie schreef ze over India, Gabriel Garcia Marquez over Colombia en sindsdien zijn er veel bestsellers volgens het stramien geschreven.

Jonas Jonasson schreef er een over een Zweedse man, wiens leven ongeveer samenviel met de twintigste eeuw en die min of meer bij toeval bij allerlei gebeurtenissen in die eeuw aanwezig was – zodat hij bijvoorbeeld per ongeluk de atoombom uitvond – en die aan het eind van zijn leven nog in een paar dagen een enorm tumult veroorzaakt door te ontsnappen uit het bejaardenhuis, een koffer met miljoenen kronen te stelen, de boeven van wie die kronen zijn te vermoorden, enzovoort.

Het werd een groot succes, dit boek, en dat is natuurlijk ook wel verklaarbaar. Het is het soort lichte kost waarvan de lezer ook nog eens het gevoel kan overhouden dat hij iets heeft opgestoken – of althans dat hij enkele van de belangrijke gebeurtenissen uit de vorige eeuw op zijn rijtje heeft gezien.

Ik houd meestal niet van dit soort boeken. Het demonstratief-excentrieke staat me vaak een beetje tegen, en ik heb al snel het gevoel dat ik mijn tijd wel aan iets anders kan besteden – ik kan om de een of andere reden juist niet zo gemakkelijk in zo'n alledaags magisch realisme verdwijnen.

Bij dit boek was het wel een beetje anders, en dat komt vooral doordat ik het niet gelezen heb met mijn ogen, maar ernaar geluisterd heb. De Luisterbieb-app biedt het gratis aan, voorgelezen door Jan Donkers, en dan is het goede lectuur voor tijdens het wandelen of rennen: niet te ingewikkeld, je kunt af en toe best een stukje missen om het dan later weer op te pikken omdat de grote lijnen vanaf het begin min of meer duidelijk zijn. En je steekt er nog wat van op.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…