Doorgaan naar hoofdcontent

François-Henri Désérable.Évariste. Paris: Gallimard, 2015.

Évariste Galois, dat is zo iemand over wiens leven je een film zou kunnen maken: een jonge man die leefde in het woelige Parijs van de vroege negentiende eeuw, een genie dat als kind al een soort magisch inzicht in de wiskunde leek te hebben, een jongen die zich mee liet slepen een duel in, dat duel niet overleefde, maar wel de nacht ervoor nog al zijn inzichten neerkrabbelde in notities die wiskundigen nog steeds inspireren.

Het is bijna te mooi om je voor te stellen.

Wat een prachtig onderwerp voor een film. En wat een mislukt onderwerp voor een geromantiseerde biografie door een jonge Franse schrijver.

Het is alsof François-Henri Désérable geen weg wist met zijn materiaal. Hij heeft geen voeling voor de wiskunde, hij heeft geen echte voeling met de tijd, hij weet Galois niet dichterbij te brengen hoe vaak hij hem ook bij de voornaam noemt. En dus maakt hij dat ongemak maar tot het onderwerp van de roman, die ook verder regelmatig de mengeling van feit en fictie tot een soort onderwerp verheft: Désérable zegt de ene bladzijde gerust dat hij niet precies weet op welke dag iets gebeurde, om op de volgende onbekommerd uiteen te zetten wat 'Évariste' zoal dacht. Ondertussen richt hij zich dan af en toe koket tot een lezeres.

Dit boek heeft me, kortom, hopeloos geïrriteerd. Het was dat het weken lang in mijn tas zat en ik af en toe dan maar wat in dat boek las omdat ik verder niet bij me had – anders had ik het nooit uitgelezen.




Reacties

Mani zei…
Dit boek onlangs bij Textwerk laten vertalen naar meerdere talen voor vrienden en familie. De diepgang die het met zich meebrengt doet menig boek liefhebber goed. Kortom: aanrader

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …