Doorgaan naar hoofdcontent

Albert Helman. De stille plantage. DBNL, 2010 (1930).

Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat een van de interessantste Nederlandse letterkundigen uit de twintigste eeuw overleed: misschien niet eens de grootste schrijver – hoewel hij als zodanig naar mijn smaak ook onderschat wordt – maar zeker een van degenen met het interessantste leven. Als van een tamelijk saaie man als W.F. Hermans zo'n dikke biografie verschijnt, waarom zijn er dan niet al tien boeken over het leven van Albert Helman?

Ik heb nu zijn bekendste boek weer eens gelezen: De stille plantage, over een aantal Franse Hugenoten die aan het eind van de zeventiende eeuw via Amsterdam in Suriname terechtkomen en daar vol humanistische idealen – die 'negers' zijn uiteindelijk ook mensen en zouden dus moeten worden vrijgelaten – aan een plantage beginnen, maar er geconfronteerd worden met grote moeilijkheden van de overweldigende natuur en het onbegrip van de mensen.

Het zou interessant zijn een studie te doen van de precieze invloed van Couperus op Helman. Niet alleen qua titel De stille plantage denken aan De stille kracht, er zijn ook thematische overeenkomsten: het zijn allebei boeken over blanke kolonialen die het op zich misschien allemaal best goed menen, maar in het geheel niet op hun plaats zijn en ook niet werkelijk een idee hebben over de mensen over wie ze geacht worden te heersen.

Bovendien zie je aan Helmans stijl hoe een jonge schrijver ook aan het begin van de jaren dertig nog een (weliswaar heel lichte) woordkunsterige Couperiaanse toets moest hanteren om literair te kunnen zijn. Dat vind ik overigens wel een prettig aspect aan het boek – de stijl waarin het geschreven is, en die op het exotische en overdadige van de natuur benadrukt. Want dat is geloof ik toch wel vooral het onderwerp van dit boek: de keiharde confrontatie van wat zachtmoedige mensen met de keiharde, schrille, schreeuwende natuur.

Het boek doet daarmee een beetje denken aan Heart of Darkness van Conrad. Net als over dat boek is er discussie over (misschien onbedoeld) racisme in De stille plantage. Het probleem is dan dat de slaven door de verteller vooral als een onderdeel van de natuur worden gezien: ze zijn aantrekkelijk, maar ook duister en dreigend, ze hebben eigenlijk geen eigen gedachten van belang. De blanke personages zijn er weliswaar rationeel van overtuigd dat de slaven óók mensen zijn, maar die menselijkheid komt niet echt uit de verf. Zelfs de hoofdman, Isidore, krijgt wel een naam, maar geen echte eigen stem.

Die bezwaren snap ik wel, maar op deze manier geeft het boek juist ook een goed inzicht in de ingewikkeldheid van de problematiek van de slavernij: je treedt als het ware een wereld binnen waarin mensen wel begrijpen dat er iets mis is aan het wereldbeeld om hen heen, maar tegelijkertijd niet aan dat wereldbeeld kunnen ontsnappen. Dat is nuttig, al is het maar omdat we zelf natuurlijk ook nog in een wereld leven die we nauwelijks begrijpen, en al helemaal niet met onze instincten.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…